BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 7.66
Regeling toelatingseisen
1. Een van de remmen moet het driewielig motorrijtuig op een helling van 18% in beide richtingen in stilstand kunnen houden. Hieraan wordt voldaan indien de remvertraging, uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h, op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg, ten minste 1,5 m/s² bedraagt.
2. De rem moet in werking kunnen worden gesteld door een geheel mechanische overbrenging en moet in aangezette toestand kunnen worden vergrendeld.
2. De rem moet in werking kunnen worden gesteld door een geheel mechanische overbrenging en moet in aangezette toestand kunnen worden vergrendeld.