BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 8.9
Regeling toelatingseisen
Bussen in gebruik genomen vóór 1 juli 1985 moeten ten aanzien van het gezichtsveld tevens voldoen aan de volgende eisen:
a. de voorruit van de bus moet zijn voorzien van een verstelbare zonneklep ter voorkoming van verblinding van de bestuurder, tenzij andere voorzieningen zijn getroffen.
b. de inrichting van ruimten voor het vervoer van goederen moet zodanig zijn dat het uitzicht van de bestuurder niet wordt belemmerd.
c. de binnenverlichting en de weerkaatsing daarvan in de voor- of zijruiten mag het uitzicht van de bestuurder niet belemmeren hetgeen in ieder geval betekent dat een gordijn of scherm aanwezig moet zijn welke achter de bestuurderszitplaats aangebracht kan worden, tenzij de ruit achter de bestuurder van lichtabsorberend materiaal is vervaardigd: de lampen van de binnenverlichting moeten voorzover nodig, aan de voorzijde zijn afgeschermd.
a. de voorruit van de bus moet zijn voorzien van een verstelbare zonneklep ter voorkoming van verblinding van de bestuurder, tenzij andere voorzieningen zijn getroffen.
b. de inrichting van ruimten voor het vervoer van goederen moet zodanig zijn dat het uitzicht van de bestuurder niet wordt belemmerd.
c. de binnenverlichting en de weerkaatsing daarvan in de voor- of zijruiten mag het uitzicht van de bestuurder niet belemmeren hetgeen in ieder geval betekent dat een gordijn of scherm aanwezig moet zijn welke achter de bestuurderszitplaats aangebracht kan worden, tenzij de ruit achter de bestuurder van lichtabsorberend materiaal is vervaardigd: de lampen van de binnenverlichting moeten voorzover nodig, aan de voorzijde zijn afgeschermd.