BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 5.59
Regeling toelatingseisen
1. De volgende CNG-onderdelen voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 110:
a. de CNG-tank;
b. de overdrukbeveiliging ten behoeve van de CNG-tank;
c. de automatische tankafsluiter;
d. de gasdichte behuizing;
e. de flexibele slang die wordt toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar;
f. de drukregelaar;
g. de automatische afsluitklep;
h. de vulaansluiting;
i. de terugslagklep;
j. de handafsluiter;
k. de gasregeleenheid welke functioneert bij een druk hoger dan 0,2 bar;
l. het inspuitstuk welke functioneert bij een druk hoger dan 0,2 bar;
m. de CNG-filtereenheid die wordt toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar;
n. de druk- of temperatuursensor;
o. de doorstroombegrenzer;
p. de veerveiligheid;
q. de elektronische controle-eenheid.
2. De CNG-onderdelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en j, mogen met elkaar zijn gecombineerd.
a. de CNG-tank;
b. de overdrukbeveiliging ten behoeve van de CNG-tank;
c. de automatische tankafsluiter;
d. de gasdichte behuizing;
e. de flexibele slang die wordt toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar;
f. de drukregelaar;
g. de automatische afsluitklep;
h. de vulaansluiting;
i. de terugslagklep;
j. de handafsluiter;
k. de gasregeleenheid welke functioneert bij een druk hoger dan 0,2 bar;
l. het inspuitstuk welke functioneert bij een druk hoger dan 0,2 bar;
m. de CNG-filtereenheid die wordt toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar;
n. de druk- of temperatuursensor;
o. de doorstroombegrenzer;
p. de veerveiligheid;
q. de elektronische controle-eenheid.
2. De CNG-onderdelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en j, mogen met elkaar zijn gecombineerd.