BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 7.33
Regeling toelatingseisen
1. Indien de bedrijfsauto is voorzien van een geheel of gedeeltelijk drukluchtremsysteem, moet deze zijn voorzien van:
a. drukmeetpunten waarmee de drukken die worden ingestuurd in de drukluchtremcylinders op iedere as, kunnen worden gemeten;
b. een drukmeetpunt waarmee de druk vóór elke drukluchtremkrachtregelaar kan worden gemeten;
c. een drukmeetpunt op elk drukluchtreservoir;
d. een aftapinrichting op elk drukluchtreservoir;
e. een waarschuwingsinrichting die in werking treedt zodra de energievoorraad in één van de bedrijfsremkringen is gedaald tot een druk van 65% van de normale waarde.
2. Een manometer wordt niet aangemerkt als een waarschuwingsinrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
a. drukmeetpunten waarmee de drukken die worden ingestuurd in de drukluchtremcylinders op iedere as, kunnen worden gemeten;
b. een drukmeetpunt waarmee de druk vóór elke drukluchtremkrachtregelaar kan worden gemeten;
c. een drukmeetpunt op elk drukluchtreservoir;
d. een aftapinrichting op elk drukluchtreservoir;
e. een waarschuwingsinrichting die in werking treedt zodra de energievoorraad in één van de bedrijfsremkringen is gedaald tot een druk van 65% van de normale waarde.
2. Een manometer wordt niet aangemerkt als een waarschuwingsinrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.