BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 5.69
Regeling toelatingseisen
1. Op de CNG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het motorrijtuig.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag een voertuig zijn voorzien van een verwarmingsinstallatie die is aangesloten op de CNG-installatie en bedoeld is voor het verwarmen van de personenruimte en de laadruimte.
3. De in het tweede lid genoemde verwarmingsinstallatie moet naar het oordeel van de RDW voldoende zijn beveiligd en de vereiste werking van de normale CNG-installatie niet benvloeden "benvloeden" moet zijn ""beïnvloeden".
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag een voertuig zijn voorzien van een verwarmingsinstallatie die is aangesloten op de CNG-installatie en bedoeld is voor het verwarmen van de personenruimte en de laadruimte.
3. De in het tweede lid genoemde verwarmingsinstallatie moet naar het oordeel van de RDW voldoende zijn beveiligd en de vereiste werking van de normale CNG-installatie niet benvloeden "benvloeden" moet zijn ""beïnvloeden".