BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 5.79
Regeling toelatingseisen
1. De in deze paragraaf gestelde eisen worden getoetst:
a. door middel van visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt,
b. door in geval van twijfel te meten met een geschikt meetmiddel.
2. De in het artikel 5.76, tweede lid, gestelde eis wordt beoordeeld aan de hand van een verklaring door of namens de voertuigfabrikant, een berekening of een beproeving waaruit blijkt dat de betreffende bevestiging van voldoende sterkte is.
3. Bij de beoordeling van de in artikel 5.78gestelde eis moet de vrije ruimte zodanig worden gemeten dat de tank, op denkbeeldige wijze, over een afstand van ten minste 100 mm in langsrichting van het voertuig kan worden verplaatst.
a. door middel van visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt,
b. door in geval van twijfel te meten met een geschikt meetmiddel.
2. De in het artikel 5.76, tweede lid, gestelde eis wordt beoordeeld aan de hand van een verklaring door of namens de voertuigfabrikant, een berekening of een beproeving waaruit blijkt dat de betreffende bevestiging van voldoende sterkte is.
3. Bij de beoordeling van de in artikel 5.78gestelde eis moet de vrije ruimte zodanig worden gemeten dat de tank, op denkbeeldige wijze, over een afstand van ten minste 100 mm in langsrichting van het voertuig kan worden verplaatst.