BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 5.2
Regeling toelatingseisen
1. De volgende LPG-onderdelen moeten voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 67-01:
a. de LPG-tank;
b. de 80 %-vulklep voorzien van terugslagklep;
c. de niveau-indicator;
d. de veerveiligheid;
e. de automatische afnameklep voorzien van doorstroombegrenzer;
f. de gasdichte kast;
g. de verdamper/drukregelaar, al dan niet gecombineerd;
h. de automatische afsluitklep;
i. de flexibele slang die wordt toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar;
j. de vulaansluiting;
k. de terugslagklep;
l. de leidingontlastklep;
m. de LPG-brandstofpomp;
n. de gasregeleenheid;
o. het inspuitstuk;
p. de LPG-filtereenheid, met uitzondering van de LPG-filtereenheid die in de LPG-tank wordt gemonteerd;
q. de druk- of temperatuursensor;
r. de overdrukvoorziening;
s. de spanning-doorvoerbus ten behoeve van de voeding van de brandstofpomp of het vloeistofniveau;
t. de elektronische controle-eenheid;
u. de service-aansluiting.
2. De tankappendages, genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met e en de appendage, genoemd in het eerste lid, onderdeel s, kunnen met elkaar zijn gecombineerd tot een mutiklep.
3. De automatische afsluitklep kan zijn gecombineerd met de verdamper/drukregelaar.
a. de LPG-tank;
b. de 80 %-vulklep voorzien van terugslagklep;
c. de niveau-indicator;
d. de veerveiligheid;
e. de automatische afnameklep voorzien van doorstroombegrenzer;
f. de gasdichte kast;
g. de verdamper/drukregelaar, al dan niet gecombineerd;
h. de automatische afsluitklep;
i. de flexibele slang die wordt toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar;
j. de vulaansluiting;
k. de terugslagklep;
l. de leidingontlastklep;
m. de LPG-brandstofpomp;
n. de gasregeleenheid;
o. het inspuitstuk;
p. de LPG-filtereenheid, met uitzondering van de LPG-filtereenheid die in de LPG-tank wordt gemonteerd;
q. de druk- of temperatuursensor;
r. de overdrukvoorziening;
s. de spanning-doorvoerbus ten behoeve van de voeding van de brandstofpomp of het vloeistofniveau;
t. de elektronische controle-eenheid;
u. de service-aansluiting.
2. De tankappendages, genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met e en de appendage, genoemd in het eerste lid, onderdeel s, kunnen met elkaar zijn gecombineerd tot een mutiklep.
3. De automatische afsluitklep kan zijn gecombineerd met de verdamper/drukregelaar.