BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 8.3
Regeling toelatingseisen
1. Voor de vaststelling van het gezichtsveld worden de ogen van de bestuurder geacht te zijn verenigd in een punt V, dat wordt aangegeven in figuur 1
2. De plaatsbepaling van het in het eerste lid genoemde punt V moet op één van de twee hierna beschreven methoden geschieden, waarbij de bestuurderszitplaats zich in de normale gebruiksstand bevindt:
a. het punt V wordt geacht zich te bevinden 665 mm verticaal boven het punt R en 68 mm horizontaal achter het punt R, waarbij punt R wordt vastgesteld volgens Bijlage IV van EEG-Richtlijn 74/60, waarvan punt 1.2.1 gelezen moet worden als: “1.2.1 overeenkomt met een zitbank in de normale gebruiksstand zoals is vastgesteld door de constructeur.”;
b. het punt V wordt geacht te zijn gelegen in het mediaanlangsvlak van de zitplaats 800 mm boven de belaste zitting en 80 mm voor het vlak A, waarbij vlak A wordt gevormd door een verticaal vlak loodrecht op het genoemde mediaanlangsvlak gaande door het meest naar voren gelegen punt van de snijlijn van het mediaanlangsvlak van de zitbank met de voorzijde van de rugleuning en waarbij de zitting wordt belast met een massa van 75 kg.
2. De plaatsbepaling van het in het eerste lid genoemde punt V moet op één van de twee hierna beschreven methoden geschieden, waarbij de bestuurderszitplaats zich in de normale gebruiksstand bevindt:
a. het punt V wordt geacht zich te bevinden 665 mm verticaal boven het punt R en 68 mm horizontaal achter het punt R, waarbij punt R wordt vastgesteld volgens Bijlage IV van EEG-Richtlijn 74/60, waarvan punt 1.2.1 gelezen moet worden als: “1.2.1 overeenkomt met een zitbank in de normale gebruiksstand zoals is vastgesteld door de constructeur.”;
b. het punt V wordt geacht te zijn gelegen in het mediaanlangsvlak van de zitplaats 800 mm boven de belaste zitting en 80 mm voor het vlak A, waarbij vlak A wordt gevormd door een verticaal vlak loodrecht op het genoemde mediaanlangsvlak gaande door het meest naar voren gelegen punt van de snijlijn van het mediaanlangsvlak van de zitbank met de voorzijde van de rugleuning en waarbij de zitting wordt belast met een massa van 75 kg.