BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 8.48
Regeling toelatingseisen
1. De in artikel 8.47bedoelde zijdelingse afscherming moet deugdelijk zijn bevestigd.
2. De zijdelingse afscherming moet aanwezig zijn op een afstand van niet meer dan 0,12 m binnenwaarts ten opzichte van het breedste punt van het voertuig. Indien het voertuig na het breedste punt in breedte afneemt, in achterwaartse richting, moet de afstand van 0,12 m worden gemeten vanaf het verticale raakvlak door het breedste punt en enig raakpunt met een daarachter gelegen voertuigdeel, zoals weergegeven in figuur 20.
3. Een naar voren gericht vrij uiteinde van een afzonderlijk aangebracht profiel moet ten minste 0,10 m binnenwaarts zijn omgezet dan wel zijn doorgetrokken tot een erboven, ervoor of eronder gelegen voertuigdeel.
2. De zijdelingse afscherming moet aanwezig zijn op een afstand van niet meer dan 0,12 m binnenwaarts ten opzichte van het breedste punt van het voertuig. Indien het voertuig na het breedste punt in breedte afneemt, in achterwaartse richting, moet de afstand van 0,12 m worden gemeten vanaf het verticale raakvlak door het breedste punt en enig raakpunt met een daarachter gelegen voertuigdeel, zoals weergegeven in figuur 20.
3. Een naar voren gericht vrij uiteinde van een afzonderlijk aangebracht profiel moet ten minste 0,10 m binnenwaarts zijn omgezet dan wel zijn doorgetrokken tot een erboven, ervoor of eronder gelegen voertuigdeel.