BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 8.21
Regeling toelatingseisen
1. Elke spiegel moet zodanig zijn bevestigd, dat hij onder normale rijomstandigheden in de ingestelde stand blijft staan.
2. De binnenspiegel moet in normale rijhouding door de bestuurder kunnen worden versteld.
3. De aan de zijde van de bestuurder gemonteerde buitenspiegel moet vanuit de binnenzijde bij gesloten portier kunnen worden versteld.
4. Het derde lid geldt niet voor motorrijtuigen die voor 1 januari 1975 in gebruik zijn genomen; de spiegels voor deze voertuigen moeten, na door een duw te zijn omgeklapt, zonder verstelling in de oorspronkelijke stand terug kunnen klappen.
2. De binnenspiegel moet in normale rijhouding door de bestuurder kunnen worden versteld.
3. De aan de zijde van de bestuurder gemonteerde buitenspiegel moet vanuit de binnenzijde bij gesloten portier kunnen worden versteld.
4. Het derde lid geldt niet voor motorrijtuigen die voor 1 januari 1975 in gebruik zijn genomen; de spiegels voor deze voertuigen moeten, na door een duw te zijn omgeklapt, zonder verstelling in de oorspronkelijke stand terug kunnen klappen.