BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 7.67
Regeling toelatingseisen
De reminrichting van driewielige motorrijtuigen met een ledige massa van niet meer dan 400 kg, in gebruik genomen vóór 27 november 1975, moet bestaan uit twee remmen en moet voldoen aan de volgende eisen:
a. één rem moet op ten minste twee wielen werken, waarbij de beremde wielen zich symmetrisch aan weerszijden van het driewielig motorrijtuig bevinden;
b. één rem moet rechtstreeks werken op één of meer met de wielen verbonden remschijven of remtrommels zonder tussenkomst van tandwielen;
c. op elk wiel van het driewielig motorrijtuig moet ten minste één van de remmen werken;
d. de remvertraging moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg bij gebruik van beide reminrichtingen tezamen ten minste 3,8 m/s² bedragen.
a. één rem moet op ten minste twee wielen werken, waarbij de beremde wielen zich symmetrisch aan weerszijden van het driewielig motorrijtuig bevinden;
b. één rem moet rechtstreeks werken op één of meer met de wielen verbonden remschijven of remtrommels zonder tussenkomst van tandwielen;
c. op elk wiel van het driewielig motorrijtuig moet ten minste één van de remmen werken;
d. de remvertraging moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg bij gebruik van beide reminrichtingen tezamen ten minste 3,8 m/s² bedragen.