BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 5.62
Regeling toelatingseisen
Een CNG-installatie is ten minste voorzien van de volgende onderdelen:
a. een CNG-tank;
b. een overdrukbeveiliging ten behoeve van de tank;
c. een automatische tankafsluiter;
d. een drukindicator of brandstofmeter;
e. een drukregelaar;
f. een automatische afsluitklep die gecombineerd mag zijn met de drukregelaar;
g. een vulaansluiting;
h. gasleidingen en flexibele slangen;
i. gasvoerende verbindingen tussen de CNG-onderdelen;
j. een inspuitstuk dan wel gasmengstuk;
k. een handafsluiter;
l. een gasregeleenheid;
m. een doorstroombegrenzer;
n. een elektronische controle-eenheid;
o. een gasdichte behuizing indien CNG-onderdelen zich in de personenruimte of gesloten laadruimte bevinden.
a. een CNG-tank;
b. een overdrukbeveiliging ten behoeve van de tank;
c. een automatische tankafsluiter;
d. een drukindicator of brandstofmeter;
e. een drukregelaar;
f. een automatische afsluitklep die gecombineerd mag zijn met de drukregelaar;
g. een vulaansluiting;
h. gasleidingen en flexibele slangen;
i. gasvoerende verbindingen tussen de CNG-onderdelen;
j. een inspuitstuk dan wel gasmengstuk;
k. een handafsluiter;
l. een gasregeleenheid;
m. een doorstroombegrenzer;
n. een elektronische controle-eenheid;
o. een gasdichte behuizing indien CNG-onderdelen zich in de personenruimte of gesloten laadruimte bevinden.