BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 7.38
Regeling toelatingseisen
1. Bedrijfsauto's voorzien van een inrichting waarop de druklucht- of vacuümreminrichting voor een aanhangwagen kan worden aangesloten, moeten voorzien zijn van voorraadreservoirs met zodanige afmetingen hebben, dat na “x” volledige remmingen de druk in de voorraadreservoirs nog ten minste de helft van de oorspronkelijke waarde van de bedrijfsdruk bedraagt.
2. De proef, bedoeld in het eerste lid, moet worden uitgevoerd met stilstaande motor. De factor “x” bedraagt:
a. 12, bij een éénleiding-drukluchtremsysteem;
b. 8, bij een tweeleiding-drukluchtremsysteem;
c. 7, bij een éénleiding-vacuümremsysteem;
d. 5, bij een tweeleiding-vacuümremsysteem.
2. De proef, bedoeld in het eerste lid, moet worden uitgevoerd met stilstaande motor. De factor “x” bedraagt:
a. 12, bij een éénleiding-drukluchtremsysteem;
b. 8, bij een tweeleiding-drukluchtremsysteem;
c. 7, bij een éénleiding-vacuümremsysteem;
d. 5, bij een tweeleiding-vacuümremsysteem.