BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 8.16
Regeling toelatingseisen
De linkerbuitenspiegel van driewielige motorrijtuigen moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder vanaf een punt gelegen op 10,00 m afstand achter de oogpunten van de bestuurder tot aan de horizon, ten minste een vlak en horizontaal weggedeelte met een breedte van 2,50 m kan overzien. Dit gedeelte wordt rechts begrensd door het aan de lengte-as van het voertuig evenwijdige verticale vlak door het meest linkse punt van het voertuig, zoals weergegeven in figuur 7.