BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 8.26
Regeling toelatingseisen
De trottoirspiegel moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder ten minste een vlak en horizontaal weggedeelte met een breedte van 1,00 m kan overzien, dat zich vanaf de oogpunten van de bestuurder naar achteren over een afstand van 1,25 m uitstrekt en naar voren tot de uiterste voorzijde van het voertuig, doch niet verder dan over een afstand van 1,00 m. Dit gedeelte wordt links begrensd door het aan de lengte-as van het voertuig evenwijdige verticale vlak op een afstand van 0,20 m buiten het meest rechtse punt van de buitenzijde van dat gedeelte van het voertuig, waarin de bestuurder zich bevindt, zoals weergegeven in figuur 13.