BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 7.97
Regeling toelatingseisen
1. De losbreekrem moet voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen.
2. De losbreekrem moet bestaan uit een inrichting waardoor bij het verbreken van de verbinding tussen het trekkende voertuig en de aanhangwagen de rem automatisch in werking treedt.
3. De losbreekrem moet deel uitmaken van de bedrijfsrem, tenzij de aanhangwagen is voorzien van een andere reminrichting die ten minste gelijke waarborgen biedt en die in werking treedt bij het verbreken van de verbinding met het trekkende voertuig.
4. De losbreekrem gecombineerd met een oplooprem mag bestaan uit een vastzetinrichting of uit een reminrichting die in werking wordt gesteld door het neervallen van de trekdriehoek of trekboom.
5. De losbreekrem van een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg mag niet in werking worden gesteld door het neervallen van de trekdriehoek.
6. De losbreekrem van een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg moet direct of indirect in werking treden door het bedienen van de noodrem van het trekkende voertuig, tenzij de aanhangwagen is voorzien van een andere reminrichting die ten minste gelijke waarborgen biedt en in werking treedt, direct of indirect, door het bedienen van de noodrem van het trekkende voertuig.
7. De remvertraging van een beladen aanhangwagen moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg ten minste 4,0 m/s² bedragen.
8. Het tweede lid geldt niet voor middenasaanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 1500 kg.
2. De losbreekrem moet bestaan uit een inrichting waardoor bij het verbreken van de verbinding tussen het trekkende voertuig en de aanhangwagen de rem automatisch in werking treedt.
3. De losbreekrem moet deel uitmaken van de bedrijfsrem, tenzij de aanhangwagen is voorzien van een andere reminrichting die ten minste gelijke waarborgen biedt en die in werking treedt bij het verbreken van de verbinding met het trekkende voertuig.
4. De losbreekrem gecombineerd met een oplooprem mag bestaan uit een vastzetinrichting of uit een reminrichting die in werking wordt gesteld door het neervallen van de trekdriehoek of trekboom.
5. De losbreekrem van een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg mag niet in werking worden gesteld door het neervallen van de trekdriehoek.
6. De losbreekrem van een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg moet direct of indirect in werking treden door het bedienen van de noodrem van het trekkende voertuig, tenzij de aanhangwagen is voorzien van een andere reminrichting die ten minste gelijke waarborgen biedt en in werking treedt, direct of indirect, door het bedienen van de noodrem van het trekkende voertuig.
7. De remvertraging van een beladen aanhangwagen moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg ten minste 4,0 m/s² bedragen.
8. Het tweede lid geldt niet voor middenasaanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 1500 kg.