BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 5.30
Regeling toelatingseisen
1. De in deze paragraaf gestelde eisen worden getoetst:
a. door middel van visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt,
b. door in geval van twijfel te meten met een geschikt meetmiddel.
2. De in het artikel 5.29, eerste lid, gestelde eis wordt beoordeeld aan de hand van een berekening of beproeving waaruit moet blijken dat de betreffende bevestiging van voldoende sterkte is.
3. Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 5.29, tweede lid, onderdeel b, wordt onder de LPG-tank in langsrichting verstaan een tank waarvan de hartlijn is gelegen tussen 0° en 30° ten opzichte van het verticale mediaanlangsvlak van het motorrijtuig.
a. door middel van visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt,
b. door in geval van twijfel te meten met een geschikt meetmiddel.
2. De in het artikel 5.29, eerste lid, gestelde eis wordt beoordeeld aan de hand van een berekening of beproeving waaruit moet blijken dat de betreffende bevestiging van voldoende sterkte is.
3. Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 5.29, tweede lid, onderdeel b, wordt onder de LPG-tank in langsrichting verstaan een tank waarvan de hartlijn is gelegen tussen 0° en 30° ten opzichte van het verticale mediaanlangsvlak van het motorrijtuig.