BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 5.72
Regeling toelatingseisen
1. De in deze paragraaf gestelde eisen worden getoetst:
a. door middel van visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt,
b. met behulp van een middel dat lekkage aantoonbaar maakt, waarbij het contact moet zijn ingeschakeld,
c. door in geval van twijfel te meten met een geschikt meetmiddel.
2. Bij de in artikel 5.64te bepalen druk moet worden uitgegaan van 120 C in de motorruimte en 65 C elders in het voertuig.
3. De in artikel 5.66, derde lid, gestelde eis wordt beoordeeld bij het voertuig in onbeladen toestand met behulp van een rei die horizontaal tegen de onderzijde van de voertuigconstructie wordt gehouden, waarbij de wielen niet en de CNG-tank wel als deel van de voertuigconstructie worden aangemerkt.
a. door middel van visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt,
b. met behulp van een middel dat lekkage aantoonbaar maakt, waarbij het contact moet zijn ingeschakeld,
c. door in geval van twijfel te meten met een geschikt meetmiddel.
2. Bij de in artikel 5.64te bepalen druk moet worden uitgegaan van 120 C in de motorruimte en 65 C elders in het voertuig.
3. De in artikel 5.66, derde lid, gestelde eis wordt beoordeeld bij het voertuig in onbeladen toestand met behulp van een rei die horizontaal tegen de onderzijde van de voertuigconstructie wordt gehouden, waarbij de wielen niet en de CNG-tank wel als deel van de voertuigconstructie worden aangemerkt.