BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 5.29
Regeling toelatingseisen
1. De LPG-tank die door middel van een tankframe en tankbanden aan het motorrijtuig is bevestigd, mag zich nagenoeg niet verplaatsen wanneer de tank wordt onderworpen aan de acceleraties, genoemd in artikel 5.21.
2. In het geval de LPG-tank op een andere plaats dan op het dak van het voertuig is aangebracht, wordt aan het bepaalde in het eerste lid voldaan indien:
a. de tankbanden, uitgaande van materiaalsoort St 37, en de bevestigingsbouten, uitgaande van klasse 8.8, ten minste voldoen aan de in tabel 2 aangegeven afmetingen, en
b. de LPG-tank in langsrichting van het motorrijtuig is aangebracht en aan de voorzijde van het tankframe een dwarsverbinding is aangebracht die: 1º ten minste dezelfde dikte heeft als het tankframe,
2º ten minste 30 mm hoog is waarbij de bovenzijde van de dwarsverbinding zich ten minste 30 mm boven de onderzijde van de tank moet bevinden en
3º zich zo dicht mogelijk dan wel binnen de bolling van de tank bevindt.
1º ten minste dezelfde dikte heeft als het tankframe,
2º ten minste 30 mm hoog is waarbij de bovenzijde van de dwarsverbinding zich ten minste 30 mm boven de onderzijde van de tank moet bevinden en
3º zich zo dicht mogelijk dan wel binnen de bolling van de tank bevindt.
[tabel]
*) Een tankband met een afmeting van 29 × 1,5 mm moet zijn gemonteerd overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant van de tankband.
**) In dit geval moet de LPG-tank met ten minste drie tankbanden zijn aangebracht.
***) In dit geval moet de LPG-tank met ten minste vier tankbanden zijn aangebracht.
2. In het geval de LPG-tank op een andere plaats dan op het dak van het voertuig is aangebracht, wordt aan het bepaalde in het eerste lid voldaan indien:
a. de tankbanden, uitgaande van materiaalsoort St 37, en de bevestigingsbouten, uitgaande van klasse 8.8, ten minste voldoen aan de in tabel 2 aangegeven afmetingen, en
b. de LPG-tank in langsrichting van het motorrijtuig is aangebracht en aan de voorzijde van het tankframe een dwarsverbinding is aangebracht die: 1º ten minste dezelfde dikte heeft als het tankframe,
2º ten minste 30 mm hoog is waarbij de bovenzijde van de dwarsverbinding zich ten minste 30 mm boven de onderzijde van de tank moet bevinden en
3º zich zo dicht mogelijk dan wel binnen de bolling van de tank bevindt.
1º ten minste dezelfde dikte heeft als het tankframe,
2º ten minste 30 mm hoog is waarbij de bovenzijde van de dwarsverbinding zich ten minste 30 mm boven de onderzijde van de tank moet bevinden en
3º zich zo dicht mogelijk dan wel binnen de bolling van de tank bevindt.
[tabel]
*) Een tankband met een afmeting van 29 × 1,5 mm moet zijn gemonteerd overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant van de tankband.
**) In dit geval moet de LPG-tank met ten minste drie tankbanden zijn aangebracht.
***) In dit geval moet de LPG-tank met ten minste vier tankbanden zijn aangebracht.