BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 5.52
Regeling toelatingseisen
De in deze paragraaf gestelde eisen worden getoetst:
a. door middel van visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt,
b. door het contact in te schakelen en te controleren of de spoel wordt bekrachtigd. Vervolgens wordt het contact uitgeschakeld en wordt gecontroleerd of de bekrachtiging wegvalt. Indien een controle op deze wijze niet mogelijk is, wordt de motor gestart en nadat is overgeschakeld op LPG gecontroleerd of de spoel is bekrachtigd waarna met het contact uitgeschakeld wordt gecontroleerd of de bekrachtiging is weggevallen.
a. door middel van visuele controle, zo nodig terwijl het motorrijtuig zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt,
b. door het contact in te schakelen en te controleren of de spoel wordt bekrachtigd. Vervolgens wordt het contact uitgeschakeld en wordt gecontroleerd of de bekrachtiging wegvalt. Indien een controle op deze wijze niet mogelijk is, wordt de motor gestart en nadat is overgeschakeld op LPG gecontroleerd of de spoel is bekrachtigd waarna met het contact uitgeschakeld wordt gecontroleerd of de bekrachtiging is weggevallen.