BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 8.69
Regeling toelatingseisen
1. Alle wielen moeten zijn voorzien van een wielafscherming die het gehele projectievlak boven het wiel afdekt.
2. De wielen van de achterste as moeten aan de achterzijde zijn voorzien van een wielafscherming die niet mag eindigen boven een denkbeeldig horizontaal vlak gelegen op 0,15 m boven het middelpunt van het wiel en op niet meer dan 0,30 m achter het wiel. Bovendien moet het achterste gedeelte minimaal reiken tot de denkbeeldige lijn die een hoek van 45° vormt met het wegdek, zoals weergegeven in figuur 26.
3. Indien de achterste wielen zijn bestuurd of gestuurd is de maat van 0,30 m niet van toepassing.
4. Aan het bepaalde in het eerste en tweede lid is voldaan indien de wielen, inclusief alle bevestigingsmiddelen en naven, in breedterichting niet meer dan 30 mm buiten de afscherming uitsteken.
5. Indien het een middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg betreft waarbij vóór de voorste as geen zijdelingse afscherming aanwezig is, moet het voorste gedeelte van de wielafscherming minimaal reiken tot de denkbeeldige lijn die een hoek van 45° vormt met het wegdek, zoals weergegeven in figuur 27.
2. De wielen van de achterste as moeten aan de achterzijde zijn voorzien van een wielafscherming die niet mag eindigen boven een denkbeeldig horizontaal vlak gelegen op 0,15 m boven het middelpunt van het wiel en op niet meer dan 0,30 m achter het wiel. Bovendien moet het achterste gedeelte minimaal reiken tot de denkbeeldige lijn die een hoek van 45° vormt met het wegdek, zoals weergegeven in figuur 26.
3. Indien de achterste wielen zijn bestuurd of gestuurd is de maat van 0,30 m niet van toepassing.
4. Aan het bepaalde in het eerste en tweede lid is voldaan indien de wielen, inclusief alle bevestigingsmiddelen en naven, in breedterichting niet meer dan 30 mm buiten de afscherming uitsteken.
5. Indien het een middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg betreft waarbij vóór de voorste as geen zijdelingse afscherming aanwezig is, moet het voorste gedeelte van de wielafscherming minimaal reiken tot de denkbeeldige lijn die een hoek van 45° vormt met het wegdek, zoals weergegeven in figuur 27.