BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 10.12
Regeling toelatingseisen
1. Het kortkoppelsysteem moet worden beproefd volgens:
a. het bepaalde in richtlijn 94/20/EEG, waarbij met de extra krachten die kunnen worden veroorzaakt door het gemonteerde kortkoppelsysteem rekening moet worden gehouden. De grootte van deze extra krachten moet worden vastgesteld tijdens de beproevingen bedoeld in onderdeel b;
b. het bepaalde in de artikelen 10.13 tot en met 10.16, waarbij de in die artikelen genoemde resultaten moeten worden bereikt.
2. De voertuigen moeten zijn beladen tot de door de fabrikant van de voertuigen aangegeven toegestane maximum massa.
3. Het zwaartepunt van de voertuigen moet op een hoogte van ten minste 1,70 m liggen.
4. Het wegdek moet horizontaal zijn gelegen en moet een stroef oppervlak hebben.
5. De beproevingen moeten worden uitgevoerd bij weersomstandigheden die de resultaten niet beïnvloeden.
6. Bij de aanvang van de beproevingen moet de bandenspanning van de koude banden overeenkomen met de door de fabrikant van de voertuigen of de fabrikant van de banden opgegeven waarde.
7. Het profiel van de banden mag niet meer dan 2 mm zijn afgesleten.
8. De beproevingen mogen niet resulteren in blijvende vervorming van onderdelen van het kortkoppelsysteem.
a. het bepaalde in richtlijn 94/20/EEG, waarbij met de extra krachten die kunnen worden veroorzaakt door het gemonteerde kortkoppelsysteem rekening moet worden gehouden. De grootte van deze extra krachten moet worden vastgesteld tijdens de beproevingen bedoeld in onderdeel b;
b. het bepaalde in de artikelen 10.13 tot en met 10.16, waarbij de in die artikelen genoemde resultaten moeten worden bereikt.
2. De voertuigen moeten zijn beladen tot de door de fabrikant van de voertuigen aangegeven toegestane maximum massa.
3. Het zwaartepunt van de voertuigen moet op een hoogte van ten minste 1,70 m liggen.
4. Het wegdek moet horizontaal zijn gelegen en moet een stroef oppervlak hebben.
5. De beproevingen moeten worden uitgevoerd bij weersomstandigheden die de resultaten niet beïnvloeden.
6. Bij de aanvang van de beproevingen moet de bandenspanning van de koude banden overeenkomen met de door de fabrikant van de voertuigen of de fabrikant van de banden opgegeven waarde.
7. Het profiel van de banden mag niet meer dan 2 mm zijn afgesleten.
8. De beproevingen mogen niet resulteren in blijvende vervorming van onderdelen van het kortkoppelsysteem.