BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 11.3
Regeling toelatingseisen
1. De meting vindt plaats in de open lucht.
2. Het proefterrein mag niet blootstaan aan sterke akoestische storingen. Hieraan wordt voldaan indien het oppervlak van het terrein bestaat uit beton, asfalt, tegels of een vergelijkbaar hard materiaal.
3. De waarden die door de geluidsniveaumeter voor het omgevingsgeluid en de wind worden aangegeven, moet ten minste 10 dB(A) beneden het geluidsniveau van de hoorn zijn gelegen. Dit wordt gecontroleerd door vaststelling van het achtergrondgeluidsniveau voor en na de meting. De microfoon van de geluidsniveaumeter mag van een passende windkap worden voorzien, mits rekening wordt gehouden met de invloed daarvan op de gevoeligheid van de microfoon.
4. De meting vindt plaats bij niet draaiende motor van het voertuig.
5. Electrische hoorns moeten tijdens de meting worden gevoed met een spanning van 6,5 volt, 13 volt of 26 volt, gemeten bij de uitgang van de bron van de electrische energie, hetgeen overeenkomt met een nominale spanning van respectievelijk 6 volt, 12 volt en 24 volt.
2. Het proefterrein mag niet blootstaan aan sterke akoestische storingen. Hieraan wordt voldaan indien het oppervlak van het terrein bestaat uit beton, asfalt, tegels of een vergelijkbaar hard materiaal.
3. De waarden die door de geluidsniveaumeter voor het omgevingsgeluid en de wind worden aangegeven, moet ten minste 10 dB(A) beneden het geluidsniveau van de hoorn zijn gelegen. Dit wordt gecontroleerd door vaststelling van het achtergrondgeluidsniveau voor en na de meting. De microfoon van de geluidsniveaumeter mag van een passende windkap worden voorzien, mits rekening wordt gehouden met de invloed daarvan op de gevoeligheid van de microfoon.
4. De meting vindt plaats bij niet draaiende motor van het voertuig.
5. Electrische hoorns moeten tijdens de meting worden gevoed met een spanning van 6,5 volt, 13 volt of 26 volt, gemeten bij de uitgang van de bron van de electrische energie, hetgeen overeenkomt met een nominale spanning van respectievelijk 6 volt, 12 volt en 24 volt.