BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 10.10
Regeling toelatingseisen
1. Van een door een kortkoppelsysteem verbonden samenstel van een bedrijfsauto en een aanhangwagen, dat in de lengterichting in lijn staat, mag:
a. geen enkel deel van de koppelinrichting en van het kortkoppelsysteem, met uitzondering van een noodzakelijk bedieningsmechanisme, één van de voertuigen raken indien de voertuigen onderling in een verticale hoek van 6° ten opzichte van elkaar staan, en
b. geen enkel deel van de opbouw van de voertuigen elkaar raken indien de voertuigen onderling in een verticale hoek van 5° ten opzichte van elkaar staan.
2. Door middel van een berekening kan worden aangetoond of aan het bepaalde in het eerste lid wordt voldaan.
a. geen enkel deel van de koppelinrichting en van het kortkoppelsysteem, met uitzondering van een noodzakelijk bedieningsmechanisme, één van de voertuigen raken indien de voertuigen onderling in een verticale hoek van 6° ten opzichte van elkaar staan, en
b. geen enkel deel van de opbouw van de voertuigen elkaar raken indien de voertuigen onderling in een verticale hoek van 5° ten opzichte van elkaar staan.
2. Door middel van een berekening kan worden aangetoond of aan het bepaalde in het eerste lid wordt voldaan.