BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.4.6
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De afwijzingsgronden, genoemd in artikel 23, onderdelen a tot met h, van het besluitzijn niet van toepassing.
2. De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:
a. de subsidieaanvrager, indien van toepassing, niet voldoet aan zijn verplichting een energie-audit uit te voeren op grond van artikel 18 van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie;
b. de subsidieaanvrager geen CO2-reductieplan als bedoeld in artikel 4.4.2, tweede lid, heeft overgelegd;
c. de subsidieaanvrager een CO2-reductieplan heeft overgelegd dat niet voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 4.4.8, eerste en tweede lid;
d. de subsidieaanvrager een of meer in het CO2-reductieplan vastgestelde investeringen, die overeenkomstig het CO2-reductieplan gepland stonden voor jaar t, niet of gedeeltelijk niet heeft gerealiseerd en geen argument hiervoor heeft aangeleverd dat de minister als valide aanmerkt;
e. de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op productieprocessen waarbinnen energiedragers worden verwerkt en worden geproduceerd met als doel meer dan 50 procent van de energiedragers te produceren met een fossiele oorsprong.
2. De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:
a. de subsidieaanvrager, indien van toepassing, niet voldoet aan zijn verplichting een energie-audit uit te voeren op grond van artikel 18 van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie;
b. de subsidieaanvrager geen CO2-reductieplan als bedoeld in artikel 4.4.2, tweede lid, heeft overgelegd;
c. de subsidieaanvrager een CO2-reductieplan heeft overgelegd dat niet voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 4.4.8, eerste en tweede lid;
d. de subsidieaanvrager een of meer in het CO2-reductieplan vastgestelde investeringen, die overeenkomstig het CO2-reductieplan gepland stonden voor jaar t, niet of gedeeltelijk niet heeft gerealiseerd en geen argument hiervoor heeft aangeleverd dat de minister als valide aanmerkt;
e. de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op productieprocessen waarbinnen energiedragers worden verwerkt en worden geproduceerd met als doel meer dan 50 procent van de energiedragers te produceren met een fossiele oorsprong.