BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.6.9
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Een aanvraag om subsidie bevat tenminste:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. gegevens over de aanvrager, waaronder het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer;
c. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
d. een projectomschrijving die in ieder geval bevat: 1°. de CO2-reductie in kilogrammen die het project in Nederland realiseert ten opzichte van de referentie-investering;
2°. een beschrijving van de referentie-investering;
3°. een onderbouwing van de voor het project benodigde investeringen, inclusief een toelichting op het model exploitatieberekening, indien de aanvraag is gebaseerd op lokale infrastructuur als bedoeld in artikel 56 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
1°. de CO2-reductie in kilogrammen die het project in Nederland realiseert ten opzichte van de referentie-investering;
2°. een beschrijving van de referentie-investering;
3°. een onderbouwing van de voor het project benodigde investeringen, inclusief een toelichting op het model exploitatieberekening, indien de aanvraag is gebaseerd op lokale infrastructuur als bedoeld in artikel 56 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. een financieringsplan, inclusief onderbouwing voor het investeringsproject, daaronder begrepen informatie over de wijze waarop de onderneming het eigen aandeel, uitgesplitst in vreemd vermogen en eigen vermogen, in de totale projectkosten financiert;
f. een exploitatieberekening inclusief de financiële parameters van het project, zoals de terugverdientijd;
g. een door de aanvrager in een door de minister beschikbaar gesteld model ingevulde begroting, bestaande uit: 1°. het overzicht van de werkelijke investeringskosten;
2°. een mijlpalenbegroting, indien het aangevraagde subsidiebedrag € 2.000.000 of meer is;
1°. het overzicht van de werkelijke investeringskosten;
2°. een mijlpalenbegroting, indien het aangevraagde subsidiebedrag € 2.000.000 of meer is;
h. een verklaring dat de aanvrager niet op grond van bijlage VII of XIV van de Omgevingsregeling verplicht is de investering of onderdelen van de investering waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, uit te voeren;
i. een beschrijving van de betekenis van de verwachte CO2-reductie voor de uitstoot van stikstof in Nederland;
j. een verklaring dat de aanvrager geen onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening, inclusief een beslisschema, een organogram van de verbonden groep waaruit de aandelenverhoudingen blijken en enkelvoudige of geconsolideerde jaarcijfers van de groep die is gebruikt voor de invulling van het beslisschema.
a. de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. gegevens over de aanvrager, waaronder het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer;
c. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
d. een projectomschrijving die in ieder geval bevat: 1°. de CO2-reductie in kilogrammen die het project in Nederland realiseert ten opzichte van de referentie-investering;
2°. een beschrijving van de referentie-investering;
3°. een onderbouwing van de voor het project benodigde investeringen, inclusief een toelichting op het model exploitatieberekening, indien de aanvraag is gebaseerd op lokale infrastructuur als bedoeld in artikel 56 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
1°. de CO2-reductie in kilogrammen die het project in Nederland realiseert ten opzichte van de referentie-investering;
2°. een beschrijving van de referentie-investering;
3°. een onderbouwing van de voor het project benodigde investeringen, inclusief een toelichting op het model exploitatieberekening, indien de aanvraag is gebaseerd op lokale infrastructuur als bedoeld in artikel 56 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. een financieringsplan, inclusief onderbouwing voor het investeringsproject, daaronder begrepen informatie over de wijze waarop de onderneming het eigen aandeel, uitgesplitst in vreemd vermogen en eigen vermogen, in de totale projectkosten financiert;
f. een exploitatieberekening inclusief de financiële parameters van het project, zoals de terugverdientijd;
g. een door de aanvrager in een door de minister beschikbaar gesteld model ingevulde begroting, bestaande uit: 1°. het overzicht van de werkelijke investeringskosten;
2°. een mijlpalenbegroting, indien het aangevraagde subsidiebedrag € 2.000.000 of meer is;
1°. het overzicht van de werkelijke investeringskosten;
2°. een mijlpalenbegroting, indien het aangevraagde subsidiebedrag € 2.000.000 of meer is;
h. een verklaring dat de aanvrager niet op grond van bijlage VII of XIV van de Omgevingsregeling verplicht is de investering of onderdelen van de investering waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, uit te voeren;
i. een beschrijving van de betekenis van de verwachte CO2-reductie voor de uitstoot van stikstof in Nederland;
j. een verklaring dat de aanvrager geen onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening, inclusief een beslisschema, een organogram van de verbonden groep waaruit de aandelenverhoudingen blijken en enkelvoudige of geconsolideerde jaarcijfers van de groep die is gebruikt voor de invulling van het beslisschema.