BWBR0024796
Geldig vanaf 2009-01-01
Artikel 23
Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies
Onze Minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, niet zijnde een subsidie aan een financier, voor zover:
a. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de activiteiten kunnen financieren;
b. het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn kunnen worden voltooid;
c. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;
d. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten;
e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten;
f. de activiteiten onvoldoende bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie leveren;
g. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren;
h. er een naar het oordeel van Onze Minister onaanvaardbaar risico bestaat dat de uitvoering van een voorgenomen activiteit een onevenredige inbreuk zal maken op de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzaamheid.
a. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de activiteiten kunnen financieren;
b. het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn kunnen worden voltooid;
c. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;
d. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten;
e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten;
f. de activiteiten onvoldoende bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie leveren;
g. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren;
h. er een naar het oordeel van Onze Minister onaanvaardbaar risico bestaat dat de uitvoering van een voorgenomen activiteit een onevenredige inbreuk zal maken op de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzaamheid.