BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.10.7
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
De minister besluit afwijzend op een aanvraag, indien:
a. ten aanzien van hetzelfde project eerder subsidie is verstrekt op grond van artikel 4.10.2, eerste lid, tenzij de eerdere subsidie onherroepelijk is ingetrokken dan wel vastgesteld;
b. de kwaliteit van het project onvoldoende is, blijkend uit de uitwerking van het projectplan, het voorlopig ontwerp en de exploitatieberekening, de omgang met risico's, de uitvoerbaarheid, de aantoonbaarheid dat alle benodigde ketenpartners en stakeholders in het project vertegenwoordigd zijn of de mate waarin de beschikbare middelen effectief en efficiënt worden ingezet;
c. niet met gebruikmaking van het door de minister vastgestelde model, bedoeld in artikel 7a, vierde lid, van de Warmteregeling, kan worden aangetoond dat het project voldoet aan de eis, bedoeld in artikel 4.10.2, tweede lid, onderdeel a per geleverde GJ ligt;
d. onvoldoende is onderbouwd dat de beoogde verbruikers bij de realisatie warmte via het aan te leggen warmtenet af zullen nemen;
e. het niet aannemelijk wordt geacht dat wordt voldaan aan de termijnen genoemd in artikel 4.10.6;
f. niet aannemelijk is gemaakt dat het aan te leggen of uit te breiden energie-efficiënte warmtenet bij subsidievaststelling in gebruik wordt genomen.
a. ten aanzien van hetzelfde project eerder subsidie is verstrekt op grond van artikel 4.10.2, eerste lid, tenzij de eerdere subsidie onherroepelijk is ingetrokken dan wel vastgesteld;
b. de kwaliteit van het project onvoldoende is, blijkend uit de uitwerking van het projectplan, het voorlopig ontwerp en de exploitatieberekening, de omgang met risico's, de uitvoerbaarheid, de aantoonbaarheid dat alle benodigde ketenpartners en stakeholders in het project vertegenwoordigd zijn of de mate waarin de beschikbare middelen effectief en efficiënt worden ingezet;
c. niet met gebruikmaking van het door de minister vastgestelde model, bedoeld in artikel 7a, vierde lid, van de Warmteregeling, kan worden aangetoond dat het project voldoet aan de eis, bedoeld in artikel 4.10.2, tweede lid, onderdeel a per geleverde GJ ligt;
d. onvoldoende is onderbouwd dat de beoogde verbruikers bij de realisatie warmte via het aan te leggen warmtenet af zullen nemen;
e. het niet aannemelijk wordt geacht dat wordt voldaan aan de termijnen genoemd in artikel 4.10.6;
f. niet aannemelijk is gemaakt dat het aan te leggen of uit te breiden energie-efficiënte warmtenet bij subsidievaststelling in gebruik wordt genomen.