BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.22.6
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:
a. het kennisoverdrachtplan beter aansluit op één of meer van de volgende prioriteiten: 1°. optical systems and integrated photonics;
2°. kwantum technologies;
3°. process technology, including process intensification;
4°. biomolecular and cell technologies;
5°. imaging technologies;
6°. mechatronics and optomechatronics;
7°. artificial intelligence and data science;
8°. energy materials;
9°. semiconductor technologies;
10°. cybersecurity technologies;
1°. optical systems and integrated photonics;
2°. kwantum technologies;
3°. process technology, including process intensification;
4°. biomolecular and cell technologies;
5°. imaging technologies;
6°. mechatronics and optomechatronics;
7°. artificial intelligence and data science;
8°. energy materials;
9°. semiconductor technologies;
10°. cybersecurity technologies;
b. het kennisoverdrachtplan meer gebaseerd is op een helder afgebakend thema, waar de meest relevante en excellente onderzoeksgroepen van de onderzoeksorganisaties binnen het thema aan verbonden zijn en het plan meer bijdraagt aan het realiseren van oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken en het creëren van economische impact;
c. het thematisch consortium respectievelijk de onderzoeksorganisaties in het TTT-samenwerkingsverband meer in verbinding staat of staan met andere onderzoeksorganisaties of kennisinstellingen, kennisstarters, andere ondernemingen, investeerders en maatschappelijke organisaties rondom het thema;
d. het aannemelijker is dat de in het kennisoverdrachtplan beschreven activiteiten bijdragen aan kennisoverdracht en met name het ontstaan van kennisstarters waarin onder andere door het thematisch technology transferfonds in het TTT-samenwerkingsverband met risicokapitaal geïnvesteerd kan worden;
e. de kwaliteit van de uitvoering van het kennisoverdrachtplan hoger is, mede gelet op de samenstelling, competenties en het netwerk van het team dat het plan feitelijk uitvoert;
f. het thematisch technology transferfonds meer kan steunen op relevante ervaring en deskundigheid;
g. het fondsplan meer bijdraagt aan de opbouw van succesvolle kennisstarters; en
h. het fondsplan doelmatiger is ingericht.
2. Voor de rangschikking kent de Minister aan het in het eerste lid, onderdeel a, vermelde criterium maximaal twintig punten toe en aan de criteria genoemd in het eerste lid, onderdelen b tot en met h, elk maximaal tien punten.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing op een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3.22.2aen kent de Minister aan de overige criteria maximaal tien punten toe.
4. Wanneer er sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 3.22.2b, eerste lid, geldt voor het eerste lid, onderdeel a, de volgende inhoud:
a. het thematisch technology transferplan beter aansluit op één of meer van de door het Ministerie van Defensie vastgestelde Nationale Langetermijn Defensiethema’s als bedoeld in 3.22.2b, derde lid.
a. het kennisoverdrachtplan beter aansluit op één of meer van de volgende prioriteiten: 1°. optical systems and integrated photonics;
2°. kwantum technologies;
3°. process technology, including process intensification;
4°. biomolecular and cell technologies;
5°. imaging technologies;
6°. mechatronics and optomechatronics;
7°. artificial intelligence and data science;
8°. energy materials;
9°. semiconductor technologies;
10°. cybersecurity technologies;
1°. optical systems and integrated photonics;
2°. kwantum technologies;
3°. process technology, including process intensification;
4°. biomolecular and cell technologies;
5°. imaging technologies;
6°. mechatronics and optomechatronics;
7°. artificial intelligence and data science;
8°. energy materials;
9°. semiconductor technologies;
10°. cybersecurity technologies;
b. het kennisoverdrachtplan meer gebaseerd is op een helder afgebakend thema, waar de meest relevante en excellente onderzoeksgroepen van de onderzoeksorganisaties binnen het thema aan verbonden zijn en het plan meer bijdraagt aan het realiseren van oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken en het creëren van economische impact;
c. het thematisch consortium respectievelijk de onderzoeksorganisaties in het TTT-samenwerkingsverband meer in verbinding staat of staan met andere onderzoeksorganisaties of kennisinstellingen, kennisstarters, andere ondernemingen, investeerders en maatschappelijke organisaties rondom het thema;
d. het aannemelijker is dat de in het kennisoverdrachtplan beschreven activiteiten bijdragen aan kennisoverdracht en met name het ontstaan van kennisstarters waarin onder andere door het thematisch technology transferfonds in het TTT-samenwerkingsverband met risicokapitaal geïnvesteerd kan worden;
e. de kwaliteit van de uitvoering van het kennisoverdrachtplan hoger is, mede gelet op de samenstelling, competenties en het netwerk van het team dat het plan feitelijk uitvoert;
f. het thematisch technology transferfonds meer kan steunen op relevante ervaring en deskundigheid;
g. het fondsplan meer bijdraagt aan de opbouw van succesvolle kennisstarters; en
h. het fondsplan doelmatiger is ingericht.
2. Voor de rangschikking kent de Minister aan het in het eerste lid, onderdeel a, vermelde criterium maximaal twintig punten toe en aan de criteria genoemd in het eerste lid, onderdelen b tot en met h, elk maximaal tien punten.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing op een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3.22.2aen kent de Minister aan de overige criteria maximaal tien punten toe.
4. Wanneer er sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 3.22.2b, eerste lid, geldt voor het eerste lid, onderdeel a, de volgende inhoud:
a. het thematisch technology transferplan beter aansluit op één of meer van de door het Ministerie van Defensie vastgestelde Nationale Langetermijn Defensiethema’s als bedoeld in 3.22.2b, derde lid.