BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.10.10
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De aanvraag voor de vaststelling van een subsidie die krachtens deze titel is verleend, bevat in ieder geval:
a. gegevens over de aanvrager, waaronder de naam van de aanvrager en het door de minister verstrekte referentienummer;
b. een overzicht waarin de totale subsidiabele kosten van de activiteiten zijn opgenomen, inclusief een kostenopbouw die is toegespitst op de verschillende kostencomponenten in een door de minister beschikbaar gesteld model; en
c. de omvang van de vast te stellen subsidie;
d. een opgave van het voordeel dat is genoten op grond van de Uitvoeringsregeling Energie investeringsaftrek 2001;
e. een eindverslag.
2. Het eindverslag dat bij de aanvraag voor subsidievaststelling wordt ingediend, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, bevat, voor zover van toepassing, in ieder geval:
a. de tekeningen van het gerealiseerde warmtenet;
b. een overzicht van de gerealiseerde aansluitingen en verwachte aansluitingen binnen vijf jaar na de einddatum van het project;
c. een algemene en technische beschrijving van het uitgevoerde investeringsproject en de afwijkingen;
d. de opschalingsmogelijkheden van het warmtenet;
e. een document waaruit blijkt dat het warmtenet in gebruik is genomen;
f. een document waarin de broeikasgasuitstoot van de geleverde warmte in GJ is aangetoond, met behulp van het door de minister beschikbaar gestelde model; en
g. documenten waaruit blijkt dat particuliere woningeigenaren, zoals opgegeven in het projectplan, een aanbod hebben ontvangen tot aansluiting op het warmtenet.
3. De subsidieontvanger maakt de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project wordt opgedaan na afloop van het project openbaar in een, naar het oordeel van de minister, kwalitatief voldoende verslag.
a. gegevens over de aanvrager, waaronder de naam van de aanvrager en het door de minister verstrekte referentienummer;
b. een overzicht waarin de totale subsidiabele kosten van de activiteiten zijn opgenomen, inclusief een kostenopbouw die is toegespitst op de verschillende kostencomponenten in een door de minister beschikbaar gesteld model; en
c. de omvang van de vast te stellen subsidie;
d. een opgave van het voordeel dat is genoten op grond van de Uitvoeringsregeling Energie investeringsaftrek 2001;
e. een eindverslag.
2. Het eindverslag dat bij de aanvraag voor subsidievaststelling wordt ingediend, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, bevat, voor zover van toepassing, in ieder geval:
a. de tekeningen van het gerealiseerde warmtenet;
b. een overzicht van de gerealiseerde aansluitingen en verwachte aansluitingen binnen vijf jaar na de einddatum van het project;
c. een algemene en technische beschrijving van het uitgevoerde investeringsproject en de afwijkingen;
d. de opschalingsmogelijkheden van het warmtenet;
e. een document waaruit blijkt dat het warmtenet in gebruik is genomen;
f. een document waarin de broeikasgasuitstoot van de geleverde warmte in GJ is aangetoond, met behulp van het door de minister beschikbaar gestelde model; en
g. documenten waaruit blijkt dat particuliere woningeigenaren, zoals opgegeven in het projectplan, een aanbod hebben ontvangen tot aansluiting op het warmtenet.
3. De subsidieontvanger maakt de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project wordt opgedaan na afloop van het project openbaar in een, naar het oordeel van de minister, kwalitatief voldoende verslag.