BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.18.7
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien:
a. reeds op grond van deze titel subsidie is verstrekt aan de subsidieaanvrager;
b. de subsidieaanvrager nog geen inzicht heeft verkregen, door middel van een digitaliseringsscan, in hoe ver zijn of haar bedrijf is in de toepassing van productiviteitsverhogende technologieën;
c. de ingediende offerte niet aansluit op de in de routekaart opgenomen digitaliseringsmogelijkheden;
d. in de aanvraag kosten zijn opgenomen voor: 1°. aanschaf van hardware die geen verband houden met aangeschafte software opgenomen in de routekaart niveau 1;
2°. aankoopadvies dat door dezelfde partij wordt geleverd als waar een product wordt aangeschaft;
3°. social media abonnementen waarvoor betaald moet worden;
1°. aanschaf van hardware die geen verband houden met aangeschafte software opgenomen in de routekaart niveau 1;
2°. aankoopadvies dat door dezelfde partij wordt geleverd als waar een product wordt aangeschaft;
3°. social media abonnementen waarvoor betaald moet worden;
e. de dienst die, of het product dat, vermeld wordt op de ingediende offerte, niet aansluit bij de diensten of producten die de leverancier normaliter levert;
f. de subsidieaanvrager, die een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 3.18.2, tweede lid, subsidie aanvraagt voor een economische activiteit, als bedoeld in artikel 3.18.2, derde lid, en deze subsidieaanvrager: 1°. voor die economische activiteit geen aparte boekhouding voert van de overige economische activiteiten van zijn onderneming; of
2°. het risico bestaat dat de subsidieaanvrager de verkregen subsidie ook aanwendt voor de in artikel 3.18.2, derde lid, onderdeel b, bedoelde overige economische activiteiten.
1°. voor die economische activiteit geen aparte boekhouding voert van de overige economische activiteiten van zijn onderneming; of
2°. het risico bestaat dat de subsidieaanvrager de verkregen subsidie ook aanwendt voor de in artikel 3.18.2, derde lid, onderdeel b, bedoelde overige economische activiteiten.
g. de subsidiabele kosten minder dan € 1.000 bedragen.
a. reeds op grond van deze titel subsidie is verstrekt aan de subsidieaanvrager;
b. de subsidieaanvrager nog geen inzicht heeft verkregen, door middel van een digitaliseringsscan, in hoe ver zijn of haar bedrijf is in de toepassing van productiviteitsverhogende technologieën;
c. de ingediende offerte niet aansluit op de in de routekaart opgenomen digitaliseringsmogelijkheden;
d. in de aanvraag kosten zijn opgenomen voor: 1°. aanschaf van hardware die geen verband houden met aangeschafte software opgenomen in de routekaart niveau 1;
2°. aankoopadvies dat door dezelfde partij wordt geleverd als waar een product wordt aangeschaft;
3°. social media abonnementen waarvoor betaald moet worden;
1°. aanschaf van hardware die geen verband houden met aangeschafte software opgenomen in de routekaart niveau 1;
2°. aankoopadvies dat door dezelfde partij wordt geleverd als waar een product wordt aangeschaft;
3°. social media abonnementen waarvoor betaald moet worden;
e. de dienst die, of het product dat, vermeld wordt op de ingediende offerte, niet aansluit bij de diensten of producten die de leverancier normaliter levert;
f. de subsidieaanvrager, die een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 3.18.2, tweede lid, subsidie aanvraagt voor een economische activiteit, als bedoeld in artikel 3.18.2, derde lid, en deze subsidieaanvrager: 1°. voor die economische activiteit geen aparte boekhouding voert van de overige economische activiteiten van zijn onderneming; of
2°. het risico bestaat dat de subsidieaanvrager de verkregen subsidie ook aanwendt voor de in artikel 3.18.2, derde lid, onderdeel b, bedoelde overige economische activiteiten.
1°. voor die economische activiteit geen aparte boekhouding voert van de overige economische activiteiten van zijn onderneming; of
2°. het risico bestaat dat de subsidieaanvrager de verkregen subsidie ook aanwendt voor de in artikel 3.18.2, derde lid, onderdeel b, bedoelde overige economische activiteiten.
g. de subsidiabele kosten minder dan € 1.000 bedragen.