BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.13.8
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De subsidieontvanger monitort en evalueert op aantoonbare en systematische wijze de resultaten van het NIKI-project door middel van:
a. een jaarlijkse rapportage ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.13.11, op een door de minister bepaald moment, op basis van de mijlpalen van de investeringsactiviteiten;
b. een jaarlijkse rapportage ten aanzien van de activiteiten tijdens de exploitatiefase, bedoeld in artikel 4.13.12, op een door de minister bepaald moment, op basis van een herberekening van de benodigde subsidie, in overeenstemming met de op het moment van indiening van de aanvraag geldende NIKI-rekenmethode.
2. Indien de subsidieontvanger ten tijde van de rapportage, bedoeld onder het eerste lid, onderdeel b, een exploitant van een industriële installatie als bedoeld in artikel 71h, onderdeel g, in samenhang met de artikelen 71ien 71k, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslagis, bevat de rapportage tevens:
a. een verklaring dat de subsidieontvanger gebruik heeft gemaakt van de opt out-regeling voor de NIKI-installatie of -installaties; of
b. een verklaring dat de subsidieontvanger in het voorafgaande jaar geen overtollige dispensatierechten heeft verhandeld, een herberekening van het aantal overtollige dispensatierechten over de voorafgaande heffingsperiode en een verklaring dat de overtollige dispensatierechten niet zal verhandelen in de resterende exploitatieperiode.
3. Indien uit de jaarlijkse rapportage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, blijkt dat het aantal overtollige dispensatierechten in het voorgaande kalenderjaar geheel of voor een gedeelte is verhandeld, wordt per verhandeld overtollig dispensatierecht het in dat kalenderjaar geldende tarief, bedoeld in artikel 71p, eerste lid, onder a van de Wet belastingen op milieugrondslag, in mindering gebracht op het subsidiebedrag.
4. De rapportage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, gaat op verzoek van de minister of in ieder geval eens per vijf jaar, vergezeld van een rapport van feitelijke bevindingen opgesteld door een accountant over de productieoutput van de NIKI-installatie of -installaties, de kostprijs en de marktprijs van de producten.
5. Een verzoek met betrekking tot een essentiële wijziging als bedoeld in artikel 37, derde lid, van het besluitgaat vergezeld van een beschrijving van de essentiële wijziging, inclusief argumentatie waarom deze wijziging noodzakelijk is binnen het NIKI-project.
6. De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde NIKI-project, bedoeld in artikel 4.13.1, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem verlangd kan worden.
7. De subsidieontvanger is eigenaar van de NIKI-installatie of -installaties waarin wordt geïnvesteerd en blijft eigenaar gedurende de investerings- en exploitatiefase.
a. een jaarlijkse rapportage ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.13.11, op een door de minister bepaald moment, op basis van de mijlpalen van de investeringsactiviteiten;
b. een jaarlijkse rapportage ten aanzien van de activiteiten tijdens de exploitatiefase, bedoeld in artikel 4.13.12, op een door de minister bepaald moment, op basis van een herberekening van de benodigde subsidie, in overeenstemming met de op het moment van indiening van de aanvraag geldende NIKI-rekenmethode.
2. Indien de subsidieontvanger ten tijde van de rapportage, bedoeld onder het eerste lid, onderdeel b, een exploitant van een industriële installatie als bedoeld in artikel 71h, onderdeel g, in samenhang met de artikelen 71ien 71k, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslagis, bevat de rapportage tevens:
a. een verklaring dat de subsidieontvanger gebruik heeft gemaakt van de opt out-regeling voor de NIKI-installatie of -installaties; of
b. een verklaring dat de subsidieontvanger in het voorafgaande jaar geen overtollige dispensatierechten heeft verhandeld, een herberekening van het aantal overtollige dispensatierechten over de voorafgaande heffingsperiode en een verklaring dat de overtollige dispensatierechten niet zal verhandelen in de resterende exploitatieperiode.
3. Indien uit de jaarlijkse rapportage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, blijkt dat het aantal overtollige dispensatierechten in het voorgaande kalenderjaar geheel of voor een gedeelte is verhandeld, wordt per verhandeld overtollig dispensatierecht het in dat kalenderjaar geldende tarief, bedoeld in artikel 71p, eerste lid, onder a van de Wet belastingen op milieugrondslag, in mindering gebracht op het subsidiebedrag.
4. De rapportage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, gaat op verzoek van de minister of in ieder geval eens per vijf jaar, vergezeld van een rapport van feitelijke bevindingen opgesteld door een accountant over de productieoutput van de NIKI-installatie of -installaties, de kostprijs en de marktprijs van de producten.
5. Een verzoek met betrekking tot een essentiële wijziging als bedoeld in artikel 37, derde lid, van het besluitgaat vergezeld van een beschrijving van de essentiële wijziging, inclusief argumentatie waarom deze wijziging noodzakelijk is binnen het NIKI-project.
6. De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde NIKI-project, bedoeld in artikel 4.13.1, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem verlangd kan worden.
7. De subsidieontvanger is eigenaar van de NIKI-installatie of -installaties waarin wordt geïnvesteerd en blijft eigenaar gedurende de investerings- en exploitatiefase.