BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.5.9
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Indien in het Nederlandse CEF-project activiteiten betreffende de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur worden verricht ten behoeve van het uitvoeren van economische onderzoeksactiviteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, tweede lid, onderdeel a, onder 1° of 2°, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat, overeenkomstig artikel 26, derde en vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening:
a. de toegang tot deze onderzoeksinfrastructuur openstaat voor meerdere gebruikers en dat deze op transparante en niet-discriminerende basis verleend wordt;
b. de vergoedingen die voor de exploitatie of het gebruik van de onderzoeksinfrastructuur worden berekend, overeenstemmen met de marktprijs.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kunnen ondernemingen die ten minste 10 procent van de investeringskosten van de onderzoeksinfrastructuur hebben gefinancierd preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden, indien deze toegang evenredig is aan de bijdrage van de onderneming in de investeringskosten en deze gunstigere voorwaarden publiek beschikbaar worden gesteld.
a. de toegang tot deze onderzoeksinfrastructuur openstaat voor meerdere gebruikers en dat deze op transparante en niet-discriminerende basis verleend wordt;
b. de vergoedingen die voor de exploitatie of het gebruik van de onderzoeksinfrastructuur worden berekend, overeenstemmen met de marktprijs.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kunnen ondernemingen die ten minste 10 procent van de investeringskosten van de onderzoeksinfrastructuur hebben gefinancierd preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden, indien deze toegang evenredig is aan de bijdrage van de onderneming in de investeringskosten en deze gunstigere voorwaarden publiek beschikbaar worden gesteld.