BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.7.10
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De subsidieontvanger verstrekt onverwijld na het nemen van het investeringsbesluit een afschrift hiervan aan de minister.
2. De subsidieontvanger handhaaft de investering in de productielijn in het betrokken gebied gedurende ten minste vijf jaar na de voltooiing van het project in het geval het een grote onderneming betreft, en drie jaar na de voltooiing van het project in het geval het een kleine of middelgrote onderneming betreft.
3. Op verzoek van de minister verleent de subsidieontvanger medewerking aan het verspreiden van de resultaten en medewerking aan een evaluatie van de effecten van de op grond van deze titel gesubsidieerde activiteiten.
4. De subsidieontvanger maakt de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project wordt opgedaan na afloop van het project openbaar in een, naar het oordeel van de minister, kwalitatief voldoende verslag.
5. Iedere publicatie door of met medewerking van de subsidieontvanger of diens medewerkers wordt voorzien van de vermelding dat het project wordt uitgevoerd met subsidie van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.
6. Onverminderd het derde en vierde lid verstrekt de subsidieontvanger gedurende de looptijd van het project jaarlijks een voortgangsrapportage die de minister kan gebruiken voor de openbare brede verspreiding van de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project worden opgedaan.
7. Artikel 38, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van het besluitzijn niet van toepassing op de administratie van de subsidieontvanger.
2. De subsidieontvanger handhaaft de investering in de productielijn in het betrokken gebied gedurende ten minste vijf jaar na de voltooiing van het project in het geval het een grote onderneming betreft, en drie jaar na de voltooiing van het project in het geval het een kleine of middelgrote onderneming betreft.
3. Op verzoek van de minister verleent de subsidieontvanger medewerking aan het verspreiden van de resultaten en medewerking aan een evaluatie van de effecten van de op grond van deze titel gesubsidieerde activiteiten.
4. De subsidieontvanger maakt de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project wordt opgedaan na afloop van het project openbaar in een, naar het oordeel van de minister, kwalitatief voldoende verslag.
5. Iedere publicatie door of met medewerking van de subsidieontvanger of diens medewerkers wordt voorzien van de vermelding dat het project wordt uitgevoerd met subsidie van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.
6. Onverminderd het derde en vierde lid verstrekt de subsidieontvanger gedurende de looptijd van het project jaarlijks een voortgangsrapportage die de minister kan gebruiken voor de openbare brede verspreiding van de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project worden opgedaan.
7. Artikel 38, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van het besluitzijn niet van toepassing op de administratie van de subsidieontvanger.