BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.11.8
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien:
a. de industriële onderneming niet zelfstandig verplicht is om een PRTR-verslag op te stellen tenzij deze onderneming onderdeel is van een vergunning-groep en voor of namens de vergunning-groep een PRTR-verslag dient te worden opgesteld;
b. de industriële onderneming van de subsidieaanvrager een depositiejaarvracht had van minder dan 2500 mol/jaar op overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 km van de bedrijfslocatie, gebaseerd op emissiegegevens in 2019, tenzij deze onderneming onderdeel is van een vergunning-groep die een depositiejaarvracht had van meer dan 2500 mol/jaar op overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 km, gebaseerd op emissiegegevens in 2019;
c. het door de subsidieaanvrager gevraagde subsidiebedrag hoger is dan de werkelijke investeringskosten die opgenomen zijn in de kostenbegroting;
d. het gedeelte van de voorgestelde nageschakelde installatie, dat de ammoniak en stikstofoxiden afvangt uit de emissiestroom, een lager niveau dan Technologie Readiness Level 9 (implementatiefase) heeft;
e. de subsidie wordt aangevraagd voor een investering die verplicht is op grond van een wettelijk voorschrift of een geldende Unienorm als bedoeld in artikel 2, onderdeel 102, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. voor het uitvoeren van het project, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, vergunningen noodzakelijk zijn die niet zijn of kunnen worden verleend;
g. het ingediende projectplan onvolledig is of van onvoldoende kwaliteit.
a. de industriële onderneming niet zelfstandig verplicht is om een PRTR-verslag op te stellen tenzij deze onderneming onderdeel is van een vergunning-groep en voor of namens de vergunning-groep een PRTR-verslag dient te worden opgesteld;
b. de industriële onderneming van de subsidieaanvrager een depositiejaarvracht had van minder dan 2500 mol/jaar op overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 km van de bedrijfslocatie, gebaseerd op emissiegegevens in 2019, tenzij deze onderneming onderdeel is van een vergunning-groep die een depositiejaarvracht had van meer dan 2500 mol/jaar op overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 km, gebaseerd op emissiegegevens in 2019;
c. het door de subsidieaanvrager gevraagde subsidiebedrag hoger is dan de werkelijke investeringskosten die opgenomen zijn in de kostenbegroting;
d. het gedeelte van de voorgestelde nageschakelde installatie, dat de ammoniak en stikstofoxiden afvangt uit de emissiestroom, een lager niveau dan Technologie Readiness Level 9 (implementatiefase) heeft;
e. de subsidie wordt aangevraagd voor een investering die verplicht is op grond van een wettelijk voorschrift of een geldende Unienorm als bedoeld in artikel 2, onderdeel 102, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. voor het uitvoeren van het project, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, vergunningen noodzakelijk zijn die niet zijn of kunnen worden verleend;
g. het ingediende projectplan onvolledig is of van onvoldoende kwaliteit.