BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.30.7
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De Minister kent een Circular Plastics NL-project een hoger aantal punten toe, naarmate:
a. het Circular Plastics NL-project meer bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidie, opgenomen in bijlage 3.30.1.;
b. het Circular Plastics NL-project vernieuwender is ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek en het de Nederlandse kennispositie meer versterkt;
c. de slaagkans van de innovatie in de Nederlandse markt en maatschappij groter is;
d. de kwaliteit van het project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid, de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet, het plan voor kennisverspreiding en de projectorganisatie;
e. de kwaliteit van het samenwerkingsverband beter is.
2. De minister kent per onderdeel van het eerste lid ten minste één en ten hoogste vijf punten toe.
3. Voor de rangschikking wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdelen a, d en e vermenigvuldigd met 20, voor het onderdeel b voor een Circular Plastics NL-showcase vermenigvuldigd met 10 en voor een Circular Plastics NL-onderzoeksproject vermenigvuldigd met 30, voor het onderdeel c voor een Circular Plastics NL-showcase vermenigvuldigd met 30 en voor een Circular Plastics NL-onderzoeksproject vermenigvuldigd met 10, en vervolgens opgeteld.
4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
a. het Circular Plastics NL-project meer bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidie, opgenomen in bijlage 3.30.1.;
b. het Circular Plastics NL-project vernieuwender is ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek en het de Nederlandse kennispositie meer versterkt;
c. de slaagkans van de innovatie in de Nederlandse markt en maatschappij groter is;
d. de kwaliteit van het project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid, de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet, het plan voor kennisverspreiding en de projectorganisatie;
e. de kwaliteit van het samenwerkingsverband beter is.
2. De minister kent per onderdeel van het eerste lid ten minste één en ten hoogste vijf punten toe.
3. Voor de rangschikking wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdelen a, d en e vermenigvuldigd met 20, voor het onderdeel b voor een Circular Plastics NL-showcase vermenigvuldigd met 10 en voor een Circular Plastics NL-onderzoeksproject vermenigvuldigd met 30, voor het onderdeel c voor een Circular Plastics NL-showcase vermenigvuldigd met 30 en voor een Circular Plastics NL-onderzoeksproject vermenigvuldigd met 10, en vervolgens opgeteld.
4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.