BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.32.9
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Een aanvraag voor subsidie bevat ten minste:
a. gegevens over de subsidieaanvrager, waaronder het post- en bezoekadres van de subsidieaanvrager, het rekeningnummer van de subsidieaanvrager en het nummer waarmee de subsidieaanvrager is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel;
b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de functie, de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. een verklaring de-minimissteun van de subsidieaanvrager.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een projectplan;
b. een begroting;
c. een of meerdere op de datum van de subsidieaanvraag geldige offertes die betrekking hebben op de kosten van het BioBased Circular-testproject, indien de subsidieontvanger opdrachten verleent aan derden voor uitvoering van de activiteiten, of een deel daarvan.
3. Het projectplan, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, bevat in ieder geval de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, de doelstellingen van het project, de start- en einddatum van het project en een beschrijving van de projectorganisatie.
4. De begroting, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bevat ten minste een overzicht van de totale kosten van de subsidiabele activiteiten en de omvang van de gevraagde subsidie.
a. gegevens over de subsidieaanvrager, waaronder het post- en bezoekadres van de subsidieaanvrager, het rekeningnummer van de subsidieaanvrager en het nummer waarmee de subsidieaanvrager is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel;
b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de functie, de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. een verklaring de-minimissteun van de subsidieaanvrager.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een projectplan;
b. een begroting;
c. een of meerdere op de datum van de subsidieaanvraag geldige offertes die betrekking hebben op de kosten van het BioBased Circular-testproject, indien de subsidieontvanger opdrachten verleent aan derden voor uitvoering van de activiteiten, of een deel daarvan.
3. Het projectplan, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, bevat in ieder geval de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, de doelstellingen van het project, de start- en einddatum van het project en een beschrijving van de projectorganisatie.
4. De begroting, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bevat ten minste een overzicht van de totale kosten van de subsidiabele activiteiten en de omvang van de gevraagde subsidie.