BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.6.11
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
De aanvraag voor de vaststelling van een subsidie die krachtens deze titel is verleend bevat in ieder geval:
a. het eindverslag, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, waarmee de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld gaat, dat in ieder geval, voor zover van toepassing, bevat: 1°. een algemene en technische omschrijving van de investeringen en aangeschafte en gebruikte installaties of infrastructuur;
2°. een berekening van de daadwerkelijk gerealiseerde CO2-reductie in Nederland ten opzichte van de referentie-investering;
3°. een ingevuld, gewaarmerkt en gedateerd kostenoverzicht opgesteld door een accountant, inclusief dezelfde kostencomponenten als de (mijlpalen)begroting;
4°. indien het een investering voor energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling als bedoeld in artikel 46 van de algemene groepsvrijstellingsverordening betreft, een document waarin de broeikasgasuitstoot van de geleverde warmte in GJ is aangetoond;
5°. indien het een investering in lokale infrastructuur als bedoeld in artikel 56 van de algemene groepsvrijstellingsverordening betreft, een exploitatieberekening;
1°. een algemene en technische omschrijving van de investeringen en aangeschafte en gebruikte installaties of infrastructuur;
2°. een berekening van de daadwerkelijk gerealiseerde CO2-reductie in Nederland ten opzichte van de referentie-investering;
3°. een ingevuld, gewaarmerkt en gedateerd kostenoverzicht opgesteld door een accountant, inclusief dezelfde kostencomponenten als de (mijlpalen)begroting;
4°. indien het een investering voor energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling als bedoeld in artikel 46 van de algemene groepsvrijstellingsverordening betreft, een document waarin de broeikasgasuitstoot van de geleverde warmte in GJ is aangetoond;
5°. indien het een investering in lokale infrastructuur als bedoeld in artikel 56 van de algemene groepsvrijstellingsverordening betreft, een exploitatieberekening;
b. de omvang van de vast te stellen subsidie;
c. indien de omvang van de vast te stellen subsidie € 30.000 tot € 125.000 bedraagt, een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, die bevat: 1°. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting,
2°. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
3°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
4°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.
1°. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting,
2°. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
3°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
4°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.
a. het eindverslag, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, waarmee de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld gaat, dat in ieder geval, voor zover van toepassing, bevat: 1°. een algemene en technische omschrijving van de investeringen en aangeschafte en gebruikte installaties of infrastructuur;
2°. een berekening van de daadwerkelijk gerealiseerde CO2-reductie in Nederland ten opzichte van de referentie-investering;
3°. een ingevuld, gewaarmerkt en gedateerd kostenoverzicht opgesteld door een accountant, inclusief dezelfde kostencomponenten als de (mijlpalen)begroting;
4°. indien het een investering voor energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling als bedoeld in artikel 46 van de algemene groepsvrijstellingsverordening betreft, een document waarin de broeikasgasuitstoot van de geleverde warmte in GJ is aangetoond;
5°. indien het een investering in lokale infrastructuur als bedoeld in artikel 56 van de algemene groepsvrijstellingsverordening betreft, een exploitatieberekening;
1°. een algemene en technische omschrijving van de investeringen en aangeschafte en gebruikte installaties of infrastructuur;
2°. een berekening van de daadwerkelijk gerealiseerde CO2-reductie in Nederland ten opzichte van de referentie-investering;
3°. een ingevuld, gewaarmerkt en gedateerd kostenoverzicht opgesteld door een accountant, inclusief dezelfde kostencomponenten als de (mijlpalen)begroting;
4°. indien het een investering voor energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling als bedoeld in artikel 46 van de algemene groepsvrijstellingsverordening betreft, een document waarin de broeikasgasuitstoot van de geleverde warmte in GJ is aangetoond;
5°. indien het een investering in lokale infrastructuur als bedoeld in artikel 56 van de algemene groepsvrijstellingsverordening betreft, een exploitatieberekening;
b. de omvang van de vast te stellen subsidie;
c. indien de omvang van de vast te stellen subsidie € 30.000 tot € 125.000 bedraagt, een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, die bevat: 1°. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting,
2°. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
3°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
4°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.
1°. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting,
2°. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
3°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
4°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.