BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 11
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Gedurende de looptijd van de lening is Leningnemer verplicht het volgende aan Leninggever te betalen: a. de aflossing van de hoofdsom van de geldlening;
b. een eenmalige rente van 15 procent over de hoofdsom van de geldlening, die niet-rentedragend bij het uitstaand saldo aanwast op de laatste dag van het kalenderjaar waarin subsidievaststelling heeft plaatsgevonden op grond van artikel 50 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
c. een jaarlijkse basisrente van 3 procent per jaar over de som van het verschuldigde nog niet afgeloste deel van de hoofdsom van de geldlening, die rentedragend bij het uitstaand saldo aanwast op de laatste dag van het kalenderjaar waarin niet voldaan is aan de bij deze rente horende betalingsverplichting, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2°; en
d. voor zover van toepassing, de bij te late betaling verschuldigde wettelijke rente.
a. de aflossing van de hoofdsom van de geldlening;
b. een eenmalige rente van 15 procent over de hoofdsom van de geldlening, die niet-rentedragend bij het uitstaand saldo aanwast op de laatste dag van het kalenderjaar waarin subsidievaststelling heeft plaatsgevonden op grond van artikel 50 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
c. een jaarlijkse basisrente van 3 procent per jaar over de som van het verschuldigde nog niet afgeloste deel van de hoofdsom van de geldlening, die rentedragend bij het uitstaand saldo aanwast op de laatste dag van het kalenderjaar waarin niet voldaan is aan de bij deze rente horende betalingsverplichting, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2°; en
d. voor zover van toepassing, de bij te late betaling verschuldigde wettelijke rente.
2. De looptijd van de lening is [aantal jaar], met dien verstande dat: a. Leningnemer jaarlijks een deel van de verschuldigde bedragen, bedoeld in het eerste lid, betaalt op grond van het bij deze overeenkomst gevoegde aflossingsschema, waarbij: 1°. Voor zover het de verschuldigde aflossing van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betreft, een twaalfde deel van in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop het project behoord te zijn afgerond, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst;
2°. Voor zover het de betaling van de verschuldigde jaarlijkse rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een twaalfde deel van het in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop door Leninggever de eerste tranche van de geldlening betaald is, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van deze overeenkomst; en
3°. voor zover het de verschuldigde eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft, het te betalen bedrag opeisbaar is op uiterlijk de datum waarop de laatste aflossing plaatsvindt van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
1°. Voor zover het de verschuldigde aflossing van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betreft, een twaalfde deel van in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop het project behoord te zijn afgerond, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst;
2°. Voor zover het de betaling van de verschuldigde jaarlijkse rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een twaalfde deel van het in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop door Leninggever de eerste tranche van de geldlening betaald is, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van deze overeenkomst; en
3°. voor zover het de verschuldigde eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft, het te betalen bedrag opeisbaar is op uiterlijk de datum waarop de laatste aflossing plaatsvindt van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
b. Leningnemer gerechtigd is om de bedragen, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk vervroegd te betalen en Leninggever te verzoeken toe te staan door hem eerder onverplicht betaalde bedragen in mindering te laten komen op een termijn als bedoeld in onderdeel a;
c. Leninggever op verzoek van Leningnemer maximaal tweemaal een jaar uitstel kan geven van de verplichting tot betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, en aan dit uitstel voorwaarden kan verbinden, waarbij ten minste: 1°. de data bedoeld in onderdeel a, worden verlengd met de termijn waarvoor uitstel is verleend; en
2° er geen uitstel zal worden verleend voor de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, voor zover door dit uitstel de looptijd van de geldlening meer dan 14 jaar zou komen te bedragen; en
1°. de data bedoeld in onderdeel a, worden verlengd met de termijn waarvoor uitstel is verleend; en
2° er geen uitstel zal worden verleend voor de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, voor zover door dit uitstel de looptijd van de geldlening meer dan 14 jaar zou komen te bedragen; en
d. de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, achtereenvolgens in mindering worden gebracht op de eventueel verschuldigde wettelijke renten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, op eventueel nog lopende jaarlijkse basisrente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, de eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en vervolgens op de hoofdsom van de lening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
a. Leningnemer jaarlijks een deel van de verschuldigde bedragen, bedoeld in het eerste lid, betaalt op grond van het bij deze overeenkomst gevoegde aflossingsschema, waarbij: 1°. Voor zover het de verschuldigde aflossing van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betreft, een twaalfde deel van in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop het project behoord te zijn afgerond, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst;
2°. Voor zover het de betaling van de verschuldigde jaarlijkse rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een twaalfde deel van het in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop door Leninggever de eerste tranche van de geldlening betaald is, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van deze overeenkomst; en
3°. voor zover het de verschuldigde eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft, het te betalen bedrag opeisbaar is op uiterlijk de datum waarop de laatste aflossing plaatsvindt van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
1°. Voor zover het de verschuldigde aflossing van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betreft, een twaalfde deel van in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop het project behoord te zijn afgerond, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst;
2°. Voor zover het de betaling van de verschuldigde jaarlijkse rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een twaalfde deel van het in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop door Leninggever de eerste tranche van de geldlening betaald is, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van deze overeenkomst; en
3°. voor zover het de verschuldigde eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft, het te betalen bedrag opeisbaar is op uiterlijk de datum waarop de laatste aflossing plaatsvindt van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
b. Leningnemer gerechtigd is om de bedragen, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk vervroegd te betalen en Leninggever te verzoeken toe te staan door hem eerder onverplicht betaalde bedragen in mindering te laten komen op een termijn als bedoeld in onderdeel a;
c. Leninggever op verzoek van Leningnemer maximaal tweemaal een jaar uitstel kan geven van de verplichting tot betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, en aan dit uitstel voorwaarden kan verbinden, waarbij ten minste: 1°. de data bedoeld in onderdeel a, worden verlengd met de termijn waarvoor uitstel is verleend; en
2° er geen uitstel zal worden verleend voor de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, voor zover door dit uitstel de looptijd van de geldlening meer dan 14 jaar zou komen te bedragen; en
1°. de data bedoeld in onderdeel a, worden verlengd met de termijn waarvoor uitstel is verleend; en
2° er geen uitstel zal worden verleend voor de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, voor zover door dit uitstel de looptijd van de geldlening meer dan 14 jaar zou komen te bedragen; en
d. de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, achtereenvolgens in mindering worden gebracht op de eventueel verschuldigde wettelijke renten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, op eventueel nog lopende jaarlijkse basisrente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, de eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en vervolgens op de hoofdsom van de lening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
3. Leninggever zal door Leningnemer gemachtigd worden en gedurende de looptijd van de Lening gemachtigd gehouden worden tot automatische incasso ten behoeve van de betaling van deze bedragen via overboeking naar rekeningnummer IBAN nummer NL29INGB0705001318 ten name van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onder vermelding van [dossier en referentienummer].
b. een eenmalige rente van 15 procent over de hoofdsom van de geldlening, die niet-rentedragend bij het uitstaand saldo aanwast op de laatste dag van het kalenderjaar waarin subsidievaststelling heeft plaatsgevonden op grond van artikel 50 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
c. een jaarlijkse basisrente van 3 procent per jaar over de som van het verschuldigde nog niet afgeloste deel van de hoofdsom van de geldlening, die rentedragend bij het uitstaand saldo aanwast op de laatste dag van het kalenderjaar waarin niet voldaan is aan de bij deze rente horende betalingsverplichting, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2°; en
d. voor zover van toepassing, de bij te late betaling verschuldigde wettelijke rente.
a. de aflossing van de hoofdsom van de geldlening;
b. een eenmalige rente van 15 procent over de hoofdsom van de geldlening, die niet-rentedragend bij het uitstaand saldo aanwast op de laatste dag van het kalenderjaar waarin subsidievaststelling heeft plaatsgevonden op grond van artikel 50 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
c. een jaarlijkse basisrente van 3 procent per jaar over de som van het verschuldigde nog niet afgeloste deel van de hoofdsom van de geldlening, die rentedragend bij het uitstaand saldo aanwast op de laatste dag van het kalenderjaar waarin niet voldaan is aan de bij deze rente horende betalingsverplichting, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2°; en
d. voor zover van toepassing, de bij te late betaling verschuldigde wettelijke rente.
2. De looptijd van de lening is [aantal jaar], met dien verstande dat: a. Leningnemer jaarlijks een deel van de verschuldigde bedragen, bedoeld in het eerste lid, betaalt op grond van het bij deze overeenkomst gevoegde aflossingsschema, waarbij: 1°. Voor zover het de verschuldigde aflossing van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betreft, een twaalfde deel van in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop het project behoord te zijn afgerond, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst;
2°. Voor zover het de betaling van de verschuldigde jaarlijkse rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een twaalfde deel van het in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop door Leninggever de eerste tranche van de geldlening betaald is, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van deze overeenkomst; en
3°. voor zover het de verschuldigde eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft, het te betalen bedrag opeisbaar is op uiterlijk de datum waarop de laatste aflossing plaatsvindt van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
1°. Voor zover het de verschuldigde aflossing van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betreft, een twaalfde deel van in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop het project behoord te zijn afgerond, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst;
2°. Voor zover het de betaling van de verschuldigde jaarlijkse rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een twaalfde deel van het in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop door Leninggever de eerste tranche van de geldlening betaald is, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van deze overeenkomst; en
3°. voor zover het de verschuldigde eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft, het te betalen bedrag opeisbaar is op uiterlijk de datum waarop de laatste aflossing plaatsvindt van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
b. Leningnemer gerechtigd is om de bedragen, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk vervroegd te betalen en Leninggever te verzoeken toe te staan door hem eerder onverplicht betaalde bedragen in mindering te laten komen op een termijn als bedoeld in onderdeel a;
c. Leninggever op verzoek van Leningnemer maximaal tweemaal een jaar uitstel kan geven van de verplichting tot betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, en aan dit uitstel voorwaarden kan verbinden, waarbij ten minste: 1°. de data bedoeld in onderdeel a, worden verlengd met de termijn waarvoor uitstel is verleend; en
2° er geen uitstel zal worden verleend voor de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, voor zover door dit uitstel de looptijd van de geldlening meer dan 14 jaar zou komen te bedragen; en
1°. de data bedoeld in onderdeel a, worden verlengd met de termijn waarvoor uitstel is verleend; en
2° er geen uitstel zal worden verleend voor de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, voor zover door dit uitstel de looptijd van de geldlening meer dan 14 jaar zou komen te bedragen; en
d. de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, achtereenvolgens in mindering worden gebracht op de eventueel verschuldigde wettelijke renten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, op eventueel nog lopende jaarlijkse basisrente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, de eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en vervolgens op de hoofdsom van de lening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
a. Leningnemer jaarlijks een deel van de verschuldigde bedragen, bedoeld in het eerste lid, betaalt op grond van het bij deze overeenkomst gevoegde aflossingsschema, waarbij: 1°. Voor zover het de verschuldigde aflossing van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betreft, een twaalfde deel van in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop het project behoord te zijn afgerond, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst;
2°. Voor zover het de betaling van de verschuldigde jaarlijkse rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een twaalfde deel van het in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop door Leninggever de eerste tranche van de geldlening betaald is, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van deze overeenkomst; en
3°. voor zover het de verschuldigde eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft, het te betalen bedrag opeisbaar is op uiterlijk de datum waarop de laatste aflossing plaatsvindt van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
1°. Voor zover het de verschuldigde aflossing van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betreft, een twaalfde deel van in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop het project behoord te zijn afgerond, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst;
2°. Voor zover het de betaling van de verschuldigde jaarlijkse rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een twaalfde deel van het in het desbetreffende kalenderjaar te betalen bedrag telkens opeisbaar is op uiterlijk de eerste dag van elke maand, na de datum waarop door Leninggever de eerste tranche van de geldlening betaald is, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van deze overeenkomst; en
3°. voor zover het de verschuldigde eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft, het te betalen bedrag opeisbaar is op uiterlijk de datum waarop de laatste aflossing plaatsvindt van de hoofdsom van de geldlening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
b. Leningnemer gerechtigd is om de bedragen, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk vervroegd te betalen en Leninggever te verzoeken toe te staan door hem eerder onverplicht betaalde bedragen in mindering te laten komen op een termijn als bedoeld in onderdeel a;
c. Leninggever op verzoek van Leningnemer maximaal tweemaal een jaar uitstel kan geven van de verplichting tot betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, en aan dit uitstel voorwaarden kan verbinden, waarbij ten minste: 1°. de data bedoeld in onderdeel a, worden verlengd met de termijn waarvoor uitstel is verleend; en
2° er geen uitstel zal worden verleend voor de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, voor zover door dit uitstel de looptijd van de geldlening meer dan 14 jaar zou komen te bedragen; en
1°. de data bedoeld in onderdeel a, worden verlengd met de termijn waarvoor uitstel is verleend; en
2° er geen uitstel zal worden verleend voor de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, voor zover door dit uitstel de looptijd van de geldlening meer dan 14 jaar zou komen te bedragen; en
d. de betaling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, achtereenvolgens in mindering worden gebracht op de eventueel verschuldigde wettelijke renten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, op eventueel nog lopende jaarlijkse basisrente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, de eenmalige rente, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en vervolgens op de hoofdsom van de lening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
3. Leninggever zal door Leningnemer gemachtigd worden en gedurende de looptijd van de Lening gemachtigd gehouden worden tot automatische incasso ten behoeve van de betaling van deze bedragen via overboeking naar rekeningnummer IBAN nummer NL29INGB0705001318 ten name van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onder vermelding van [dossier en referentienummer].