BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.7.5
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Voor subsidie komen in aanmerking alle investeringskosten in materiële en immateriële activa die strikt noodzakelijk zijn voor de realisatie van de productielijn waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
2. Investeringskosten in immateriële activa zijn subsidiabel, indien die activa:
a. verbonden blijven met het betrokken gebied waar het project wordt uitgevoerd, en niet naar andere gebieden worden overgebracht;
b. voornamelijk worden gebruikt in de vestiging van de subsidieontvanger waar de realisatie van de productielijn plaatsvindt;
c. afschrijfbaar zijn;
d. op marktvoorwaarden worden aangekocht van derden zonder banden met de koper;
e. worden opgenomen in de activa van de subsidieontvanger; en
f. gedurende ten minste vijf jaar voor grote ondernemingen en drie jaar voor kleine of middelgrote ondernemingen na de voltooiing van het project verbonden blijven met het project waarvoor de subsidie wordt verleend.
3. Voor subsidie komen niet in aanmerking kosten voor:
a. het vervangen van installaties van de productielijn waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, tijdens de periode vanaf de start van het project tot: 1°. vijf jaar na de voltooiing van het project in het geval het een grote onderneming betreft; of
2°. drie jaar na de voltooiing van het project in het geval het een kleine of middelgrote onderneming betreft;
1°. vijf jaar na de voltooiing van het project in het geval het een grote onderneming betreft; of
2°. drie jaar na de voltooiing van het project in het geval het een kleine of middelgrote onderneming betreft;
b. de vergemakkelijking van de verplaatsing van de productielijn waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, tussen lidstaten binnen de Europese Economische Ruimte.
4. Artikel 10, derde lid, van het besluitis niet van toepassing op de subsidiabele kosten.
2. Investeringskosten in immateriële activa zijn subsidiabel, indien die activa:
a. verbonden blijven met het betrokken gebied waar het project wordt uitgevoerd, en niet naar andere gebieden worden overgebracht;
b. voornamelijk worden gebruikt in de vestiging van de subsidieontvanger waar de realisatie van de productielijn plaatsvindt;
c. afschrijfbaar zijn;
d. op marktvoorwaarden worden aangekocht van derden zonder banden met de koper;
e. worden opgenomen in de activa van de subsidieontvanger; en
f. gedurende ten minste vijf jaar voor grote ondernemingen en drie jaar voor kleine of middelgrote ondernemingen na de voltooiing van het project verbonden blijven met het project waarvoor de subsidie wordt verleend.
3. Voor subsidie komen niet in aanmerking kosten voor:
a. het vervangen van installaties van de productielijn waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, tijdens de periode vanaf de start van het project tot: 1°. vijf jaar na de voltooiing van het project in het geval het een grote onderneming betreft; of
2°. drie jaar na de voltooiing van het project in het geval het een kleine of middelgrote onderneming betreft;
1°. vijf jaar na de voltooiing van het project in het geval het een grote onderneming betreft; of
2°. drie jaar na de voltooiing van het project in het geval het een kleine of middelgrote onderneming betreft;
b. de vergemakkelijking van de verplaatsing van de productielijn waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, tussen lidstaten binnen de Europese Economische Ruimte.
4. Artikel 10, derde lid, van het besluitis niet van toepassing op de subsidiabele kosten.