BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.13.13
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Het voorschot, bedoeld in artikel 4.13.12, kan binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar worden bijgesteld aan de hand van de jaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 4.13.8, eerste lid, onderdeel b, conform de op het moment van indiening van de aanvraag NIKI-rekenmethode, rekening houdend met het gerealiseerde productievolume.
2. Indien de som van de bedragen die in het voorgaande kalenderjaar zijn verstrekt, minder bedraagt dan het op grond van het eerste lid bijgestelde voorschot, wordt het tekort aan verstrekte bedragen verrekend. De minister verstrekt het te weinig betaalde bedrag binnen zes weken na de datum van de bijstelling aan de subsidieontvanger, met dien verstande dat het maximaal te verstrekken voorschotbedrag voor de totale subsidieperiode niet wordt overschreden.
3. Indien de som van de bedragen die in een kalenderjaar zijn verstrekt, meer bedraagt dan het op grond van het eerste lid bijgestelde voorschot, wordt het teveel aan verstrekte bedragen verrekend. De minister brengt het te veel betaalde bedrag aan verstrekte bedragen in mindering op het eerstvolgende toekomstig te verstrekken bedragen en vervolgens op zoveel maandelijkse bedragen als nodig is om het teveel betaalde voorschot volledig te verrekenen. Indien er geen maandelijkse bedragen meer verschuldigd zijn, wordt een teveel betaald voorschot teruggevorderd.
4. De bijstelling, bedoeld in het derde lid, bedraagt 60 procent van het verschil tussen het herrekende benodigde steunbedrag conform de NIKI-rekenmethode, rekening houdend met het gerealiseerde productievolume.
2. Indien de som van de bedragen die in het voorgaande kalenderjaar zijn verstrekt, minder bedraagt dan het op grond van het eerste lid bijgestelde voorschot, wordt het tekort aan verstrekte bedragen verrekend. De minister verstrekt het te weinig betaalde bedrag binnen zes weken na de datum van de bijstelling aan de subsidieontvanger, met dien verstande dat het maximaal te verstrekken voorschotbedrag voor de totale subsidieperiode niet wordt overschreden.
3. Indien de som van de bedragen die in een kalenderjaar zijn verstrekt, meer bedraagt dan het op grond van het eerste lid bijgestelde voorschot, wordt het teveel aan verstrekte bedragen verrekend. De minister brengt het te veel betaalde bedrag aan verstrekte bedragen in mindering op het eerstvolgende toekomstig te verstrekken bedragen en vervolgens op zoveel maandelijkse bedragen als nodig is om het teveel betaalde voorschot volledig te verrekenen. Indien er geen maandelijkse bedragen meer verschuldigd zijn, wordt een teveel betaald voorschot teruggevorderd.
4. De bijstelling, bedoeld in het derde lid, bedraagt 60 procent van het verschil tussen het herrekende benodigde steunbedrag conform de NIKI-rekenmethode, rekening houdend met het gerealiseerde productievolume.