BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.20.6
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie indien:
a. de werknemer: 1°. in een periode van minder dan twee jaar voorafgaand aan de aanvraag voor subsidie bij een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs het eindexamen heeft afgelegd;
2°. voor 1 juli 2022 werkzaam was in een ICT- en techniek-kansrijk beroep binnen een zelfde beroepsgroep, als bedoeld in bijlage 3.20; of
3°. voor 1 juli 2022 gestart is met het omscholingstraject waarop de aanvraag voor subsidie betrekking heeft;
1°. in een periode van minder dan twee jaar voorafgaand aan de aanvraag voor subsidie bij een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs het eindexamen heeft afgelegd;
2°. voor 1 juli 2022 werkzaam was in een ICT- en techniek-kansrijk beroep binnen een zelfde beroepsgroep, als bedoeld in bijlage 3.20; of
3°. voor 1 juli 2022 gestart is met het omscholingstraject waarop de aanvraag voor subsidie betrekking heeft;
b. niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager voornemens is met de werknemer een arbeidsovereenkomst te sluiten of heeft gesloten voor ten minste: 1°. de looptijd van het omscholingstraject; en
2°. een periode van zes maanden na afronding van het omscholingstraject, in het geval de werknemer het omscholingstraject met een voldoende resultaat afrondt;
1°. de looptijd van het omscholingstraject; en
2°. een periode van zes maanden na afronding van het omscholingstraject, in het geval de werknemer het omscholingstraject met een voldoende resultaat afrondt;
c. de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende scholing niet: 1°. is opgenomen in het scholingsregister, bedoeld in artikel 21 van de Subsidieregeling STAP-budget; of
2°. leidt tot een door de overheid, branche of sector erkend certificaat;
1°. is opgenomen in het scholingsregister, bedoeld in artikel 21 van de Subsidieregeling STAP-budget; of
2°. leidt tot een door de overheid, branche of sector erkend certificaat;
d. niet aannemelijk is dat de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende praktijkondersteuning wordt aangeboden door een praktijkbegeleider die beschikt over de benodigde kennis en ervaring;
e. op grond van deze titel voor hetzelfde omscholingstraject voor dezelfde werknemer, of in totaal voor ten minste zes omscholingstrajecten eerder subsidie is verstrekt aan de subsidieaanvrager;
f. aan de subsidieaanvrager voor hetzelfde omscholingstraject voor dezelfde werknemer subsidie is verleend op grond van de Subsidieregeling praktijkleren of de Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector; of
g. de subsidiabele kosten niet ten minste: 1°. € 1.000 zouden bedragen voor de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende scholing;
2°. € 1.000 zouden bedragen voor de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende praktijkondersteuning; of
3°. € 7.500 zouden bedragen voor het gehele omscholingstraject.
1°. € 1.000 zouden bedragen voor de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende scholing;
2°. € 1.000 zouden bedragen voor de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende praktijkondersteuning; of
3°. € 7.500 zouden bedragen voor het gehele omscholingstraject.
a. de werknemer: 1°. in een periode van minder dan twee jaar voorafgaand aan de aanvraag voor subsidie bij een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs het eindexamen heeft afgelegd;
2°. voor 1 juli 2022 werkzaam was in een ICT- en techniek-kansrijk beroep binnen een zelfde beroepsgroep, als bedoeld in bijlage 3.20; of
3°. voor 1 juli 2022 gestart is met het omscholingstraject waarop de aanvraag voor subsidie betrekking heeft;
1°. in een periode van minder dan twee jaar voorafgaand aan de aanvraag voor subsidie bij een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs het eindexamen heeft afgelegd;
2°. voor 1 juli 2022 werkzaam was in een ICT- en techniek-kansrijk beroep binnen een zelfde beroepsgroep, als bedoeld in bijlage 3.20; of
3°. voor 1 juli 2022 gestart is met het omscholingstraject waarop de aanvraag voor subsidie betrekking heeft;
b. niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager voornemens is met de werknemer een arbeidsovereenkomst te sluiten of heeft gesloten voor ten minste: 1°. de looptijd van het omscholingstraject; en
2°. een periode van zes maanden na afronding van het omscholingstraject, in het geval de werknemer het omscholingstraject met een voldoende resultaat afrondt;
1°. de looptijd van het omscholingstraject; en
2°. een periode van zes maanden na afronding van het omscholingstraject, in het geval de werknemer het omscholingstraject met een voldoende resultaat afrondt;
c. de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende scholing niet: 1°. is opgenomen in het scholingsregister, bedoeld in artikel 21 van de Subsidieregeling STAP-budget; of
2°. leidt tot een door de overheid, branche of sector erkend certificaat;
1°. is opgenomen in het scholingsregister, bedoeld in artikel 21 van de Subsidieregeling STAP-budget; of
2°. leidt tot een door de overheid, branche of sector erkend certificaat;
d. niet aannemelijk is dat de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende praktijkondersteuning wordt aangeboden door een praktijkbegeleider die beschikt over de benodigde kennis en ervaring;
e. op grond van deze titel voor hetzelfde omscholingstraject voor dezelfde werknemer, of in totaal voor ten minste zes omscholingstrajecten eerder subsidie is verstrekt aan de subsidieaanvrager;
f. aan de subsidieaanvrager voor hetzelfde omscholingstraject voor dezelfde werknemer subsidie is verleend op grond van de Subsidieregeling praktijkleren of de Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector; of
g. de subsidiabele kosten niet ten minste: 1°. € 1.000 zouden bedragen voor de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende scholing;
2°. € 1.000 zouden bedragen voor de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende praktijkondersteuning; of
3°. € 7.500 zouden bedragen voor het gehele omscholingstraject.
1°. € 1.000 zouden bedragen voor de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende scholing;
2°. € 1.000 zouden bedragen voor de bij het desbetreffende omscholingstraject behorende praktijkondersteuning; of
3°. € 7.500 zouden bedragen voor het gehele omscholingstraject.