BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.10.8
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Onder essentiële wijziging als bedoeld in artikel 37, derde lid, van het besluitwordt in ieder geval begrepen:
a. het niet uitvoeren van activiteiten waarvoor subsidie is ontvangen;
b. werkelijke investeringskosten die lager zijn dan de bij subsidieverlening begrote investeringskosten;
2. In afwijking van artikel 37, derde lid, van het besluit, is een voorafgaand verzoek tot ontheffing niet vereist, maar volstaat een melding wanneer sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister medewerking aan het verspreiden van de resultaten van de op grond van deze titel gesubsidieerde activiteiten.
4. De subsidieontvanger verstrekt gedurende de looptijd van het project jaarlijks een voortgangsrapportage, inclusief financiële gegevens, over het project die de minister kan gebruiken voor de openbare brede verspreiding van de niet-bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project worden opgedaan.
5. De informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstrekt met gebruikmaking van een elektronisch formulier dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
6. Artikel 38, eerste lid, onderdeel b, van het besluitis niet van toepassing.
a. het niet uitvoeren van activiteiten waarvoor subsidie is ontvangen;
b. werkelijke investeringskosten die lager zijn dan de bij subsidieverlening begrote investeringskosten;
2. In afwijking van artikel 37, derde lid, van het besluit, is een voorafgaand verzoek tot ontheffing niet vereist, maar volstaat een melding wanneer sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister medewerking aan het verspreiden van de resultaten van de op grond van deze titel gesubsidieerde activiteiten.
4. De subsidieontvanger verstrekt gedurende de looptijd van het project jaarlijks een voortgangsrapportage, inclusief financiële gegevens, over het project die de minister kan gebruiken voor de openbare brede verspreiding van de niet-bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project worden opgedaan.
5. De informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstrekt met gebruikmaking van een elektronisch formulier dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
6. Artikel 38, eerste lid, onderdeel b, van het besluitis niet van toepassing.