BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.13.10
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De aanvraag voor subsidie bevat:
a. gegevens over de aanvrager, waaronder de naam van de organisatie, het nummer waarmee de industriële onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer;
b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. de locatie waar de NIKI-installatie wordt geplaatst;
d. stukken waaruit blijkt dat de basic engineering is afgerond;
e. een projectplan;
f. een klimaatplan;
g. het bod.
2. Het projectplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
a. een beschrijving van het NIKI-project, inclusief een planning met mijlpalenbegroting en de go-no go momenten in de fase tot de start van het NIKI-project, onderbouwd met stukken;
b. een beschrijving van de technische haalbaarheid van het NIKI-project, inclusief de energie- en massabalans van het productieproces met de NIKI-installatie of -installaties en, indien van toepassing, referentie-installatie of -installaties;
c. een beschrijving van de financiële haalbaarheid van het NIKI-project, inclusief: 1°. een prognose van de productieoutput gedurende tien jaar;
2°. een begroting waarin de totale kosten van de subsidiabele activiteiten en de omvang van de gevraagde subsidie zijn opgenomen met daarbij een onderbouwing van de toegepaste referentie en een onderbouwing van de productieoutput van de NIKI-installatie of -installaties, de kostprijs en de marktprijs van de producten, gebruikmakend van de op het moment van indiening van de aanvraag geldende NIKI-rekenmethode; en
3°. informatie over de wijze waarop de aanvrager het eigen aandeel in de projectkosten financiert;
1°. een prognose van de productieoutput gedurende tien jaar;
2°. een begroting waarin de totale kosten van de subsidiabele activiteiten en de omvang van de gevraagde subsidie zijn opgenomen met daarbij een onderbouwing van de toegepaste referentie en een onderbouwing van de productieoutput van de NIKI-installatie of -installaties, de kostprijs en de marktprijs van de producten, gebruikmakend van de op het moment van indiening van de aanvraag geldende NIKI-rekenmethode; en
3°. informatie over de wijze waarop de aanvrager het eigen aandeel in de projectkosten financiert;
d. een beschrijving van de markthaalbaarheid van het NIKI-project inclusief een marktonderzoek;
e. een beschrijving van de operationele haalbaarheid van het NIKI-project, inclusief de juridische vereisten;
f. een onderbouwing van de CO2-emissiereductie die met het NIKI-project wordt gerealiseerd, gebruikmakend van de op het moment van indiening van de aanvraag geldende NIKI CO2-emissiereductiemethode;
g. een analyse van risico’s en mitigerende maatregelen voor het gehele NIKI-project, bestaande uit ten minste, maar niet uitsluitend, de technische, financiële en operationele haalbaarheid en een gevoeligheidsanalyse van de CO2-emissiereductie berekening.
3. Het klimaatplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, bevat in ieder geval een beschrijving hoe het NIKI-project past binnen de investeringsagenda en vervolgstappen van de aanvrager die leiden tot een fossielvrije klimaat-neutrale productie in 2050, inclusief:
a. de te zetten vervolgstappen die de aanvrager na afloop van het NIKI-project verwacht te zetten;
b. de stappen die de aanvrager al heeft ondernomen om het finale energieverbruik van het productieproces te minimaliseren; en
c. de stappen die gedurende de operationele fase nog genomen zullen worden.
4. Indien de aanvrager een exploitant van een industriële installatie als bedoeld in artikel 71h, onderdeel g, in samenhang met de artikelen 71ien 71k, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslagis, bevat het klimaatplan, bedoeld in het derde lid, tevens:
a. een verklaring dat de aanvrager gebruik heeft gemaakt van de opt out-regeling voor de NIKI-installatie of -installaties; of
b. een verklaring dat de aanvrager tijdens de exploitatiefase geen overtollige dispensatierechten zal verhandelen en een berekening waarin de aanvrager het aantal overtollige dispensatierechten over de exploitatieperiode aannemelijk maakt.
5. De informatie, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel c, sub 2, gaat vergezeld van een rapportage van een accountant op basis van Standaard 3400 van de Nederlandse Beroepsorganisatie van accountants.
a. gegevens over de aanvrager, waaronder de naam van de organisatie, het nummer waarmee de industriële onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer;
b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. de locatie waar de NIKI-installatie wordt geplaatst;
d. stukken waaruit blijkt dat de basic engineering is afgerond;
e. een projectplan;
f. een klimaatplan;
g. het bod.
2. Het projectplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
a. een beschrijving van het NIKI-project, inclusief een planning met mijlpalenbegroting en de go-no go momenten in de fase tot de start van het NIKI-project, onderbouwd met stukken;
b. een beschrijving van de technische haalbaarheid van het NIKI-project, inclusief de energie- en massabalans van het productieproces met de NIKI-installatie of -installaties en, indien van toepassing, referentie-installatie of -installaties;
c. een beschrijving van de financiële haalbaarheid van het NIKI-project, inclusief: 1°. een prognose van de productieoutput gedurende tien jaar;
2°. een begroting waarin de totale kosten van de subsidiabele activiteiten en de omvang van de gevraagde subsidie zijn opgenomen met daarbij een onderbouwing van de toegepaste referentie en een onderbouwing van de productieoutput van de NIKI-installatie of -installaties, de kostprijs en de marktprijs van de producten, gebruikmakend van de op het moment van indiening van de aanvraag geldende NIKI-rekenmethode; en
3°. informatie over de wijze waarop de aanvrager het eigen aandeel in de projectkosten financiert;
1°. een prognose van de productieoutput gedurende tien jaar;
2°. een begroting waarin de totale kosten van de subsidiabele activiteiten en de omvang van de gevraagde subsidie zijn opgenomen met daarbij een onderbouwing van de toegepaste referentie en een onderbouwing van de productieoutput van de NIKI-installatie of -installaties, de kostprijs en de marktprijs van de producten, gebruikmakend van de op het moment van indiening van de aanvraag geldende NIKI-rekenmethode; en
3°. informatie over de wijze waarop de aanvrager het eigen aandeel in de projectkosten financiert;
d. een beschrijving van de markthaalbaarheid van het NIKI-project inclusief een marktonderzoek;
e. een beschrijving van de operationele haalbaarheid van het NIKI-project, inclusief de juridische vereisten;
f. een onderbouwing van de CO2-emissiereductie die met het NIKI-project wordt gerealiseerd, gebruikmakend van de op het moment van indiening van de aanvraag geldende NIKI CO2-emissiereductiemethode;
g. een analyse van risico’s en mitigerende maatregelen voor het gehele NIKI-project, bestaande uit ten minste, maar niet uitsluitend, de technische, financiële en operationele haalbaarheid en een gevoeligheidsanalyse van de CO2-emissiereductie berekening.
3. Het klimaatplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, bevat in ieder geval een beschrijving hoe het NIKI-project past binnen de investeringsagenda en vervolgstappen van de aanvrager die leiden tot een fossielvrije klimaat-neutrale productie in 2050, inclusief:
a. de te zetten vervolgstappen die de aanvrager na afloop van het NIKI-project verwacht te zetten;
b. de stappen die de aanvrager al heeft ondernomen om het finale energieverbruik van het productieproces te minimaliseren; en
c. de stappen die gedurende de operationele fase nog genomen zullen worden.
4. Indien de aanvrager een exploitant van een industriële installatie als bedoeld in artikel 71h, onderdeel g, in samenhang met de artikelen 71ien 71k, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslagis, bevat het klimaatplan, bedoeld in het derde lid, tevens:
a. een verklaring dat de aanvrager gebruik heeft gemaakt van de opt out-regeling voor de NIKI-installatie of -installaties; of
b. een verklaring dat de aanvrager tijdens de exploitatiefase geen overtollige dispensatierechten zal verhandelen en een berekening waarin de aanvrager het aantal overtollige dispensatierechten over de exploitatieperiode aannemelijk maakt.
5. De informatie, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel c, sub 2, gaat vergezeld van een rapportage van een accountant op basis van Standaard 3400 van de Nederlandse Beroepsorganisatie van accountants.