BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 2.28.13
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is de subsidieontvanger aan de minister een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd.
2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de waarde van de met de subsidie verkregen eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de financiële vergoeding verschuldigd wordt met dien verstande dat, in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van eigendommen, wordt uitgegaan van het bedrag dat de instelling als schadevergoeding ontvangt.
3. Toepassing van het eerste lid blijft achterwege, als het investeringsproject, na toestemming van de minister, door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa om niet aan die rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen.
2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de waarde van de met de subsidie verkregen eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de financiële vergoeding verschuldigd wordt met dien verstande dat, in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van eigendommen, wordt uitgegaan van het bedrag dat de instelling als schadevergoeding ontvangt.
3. Toepassing van het eerste lid blijft achterwege, als het investeringsproject, na toestemming van de minister, door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa om niet aan die rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen.