BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.6.3
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De subsidie voor een maritiem innovatieproject bedraagt:
a. voor economische onderzoeksactiviteiten: 1°. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;
2°. 65% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek; of
3°. 40% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling; of
1°. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;
2°. 65% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek; of
3°. 40% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling; of
b. voor niet-economische onderzoeksactiviteiten: 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling.
2. De percentages, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3° worden opgehoogd met:
a. 10 procentpunten, indien de kosten worden gemaakt en betaald door een middelgrote onderneming voor het uitvoeren van industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, respectievelijk 3°;
b. 15 procentpunten, indien de kosten worden gemaakt en betaald door een kleine onderneming voor het uitvoeren van industrieel onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°;
c. 20 procentpunten, indien de kosten worden gemaakt en betaald door een kleine onderneming voor het uitvoeren van experimentele ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 3°.
3. De subsidie bedraagt niet meer dan 50% van de totale subsidiabele kosten van het maritiem innovatieproject, doch ten hoogste € 2.000.000 per maritiem innovatieproject.
4. Onverminderd het eerste, tweede en derde lid kan ten hoogste 80% van de totale subsidie bestemd zijn voor één deelnemer in het samenwerkingsverband dat het maritiem innovatieproject uitvoert.
a. voor economische onderzoeksactiviteiten: 1°. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;
2°. 65% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek; of
3°. 40% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling; of
1°. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;
2°. 65% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek; of
3°. 40% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling; of
b. voor niet-economische onderzoeksactiviteiten: 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling.
2. De percentages, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3° worden opgehoogd met:
a. 10 procentpunten, indien de kosten worden gemaakt en betaald door een middelgrote onderneming voor het uitvoeren van industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, respectievelijk 3°;
b. 15 procentpunten, indien de kosten worden gemaakt en betaald door een kleine onderneming voor het uitvoeren van industrieel onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°;
c. 20 procentpunten, indien de kosten worden gemaakt en betaald door een kleine onderneming voor het uitvoeren van experimentele ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 3°.
3. De subsidie bedraagt niet meer dan 50% van de totale subsidiabele kosten van het maritiem innovatieproject, doch ten hoogste € 2.000.000 per maritiem innovatieproject.
4. Onverminderd het eerste, tweede en derde lid kan ten hoogste 80% van de totale subsidie bestemd zijn voor één deelnemer in het samenwerkingsverband dat het maritiem innovatieproject uitvoert.