BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.10.8
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger, naarmate:
a. de aanvrager meer kan steunen op relevante ervaring en deskundigheid. Dit blijkt uit: 1°. de ervaring en deskundigheid van management en direct betrokkenen op financieel gebied;
2°. de ervaring en deskundigheid van management en direct betrokkenen met betrekking tot business aspecten van technostarters;
3°. de omvang en toegevoegde waarde van relatienetwerk;
4°. de diversiteit in de samenstelling van het fondsmanagement;
1°. de ervaring en deskundigheid van management en direct betrokkenen op financieel gebied;
2°. de ervaring en deskundigheid van management en direct betrokkenen met betrekking tot business aspecten van technostarters;
3°. de omvang en toegevoegde waarde van relatienetwerk;
4°. de diversiteit in de samenstelling van het fondsmanagement;
b. het fondsplan doelmatiger is ingericht en meer bijdraagt aan de opbouw van succesvolle ondernemingen door technostartervennootschappen. Dit blijkt uit: 1°. de kwaliteit van het plan en de mate van zekerheid dat het plan ook daadwerkelijk zal worden uitgevoerd;
2°. de prijskwaliteitsverhouding en efficiency;
3°. het financieel-economisch rendement;
1°. de kwaliteit van het plan en de mate van zekerheid dat het plan ook daadwerkelijk zal worden uitgevoerd;
2°. de prijskwaliteitsverhouding en efficiency;
3°. het financieel-economisch rendement;
c. het fondsplan effectiever is in relatie tot de doelstelling van de regeling. Dit blijkt uit: 1°. de mate van maatschappelijk rendement;
2°. de mate waarin het fondsplan vernieuwend is.
1°. de mate van maatschappelijk rendement;
2°. de mate waarin het fondsplan vernieuwend is.
2. Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.
a. de aanvrager meer kan steunen op relevante ervaring en deskundigheid. Dit blijkt uit: 1°. de ervaring en deskundigheid van management en direct betrokkenen op financieel gebied;
2°. de ervaring en deskundigheid van management en direct betrokkenen met betrekking tot business aspecten van technostarters;
3°. de omvang en toegevoegde waarde van relatienetwerk;
4°. de diversiteit in de samenstelling van het fondsmanagement;
1°. de ervaring en deskundigheid van management en direct betrokkenen op financieel gebied;
2°. de ervaring en deskundigheid van management en direct betrokkenen met betrekking tot business aspecten van technostarters;
3°. de omvang en toegevoegde waarde van relatienetwerk;
4°. de diversiteit in de samenstelling van het fondsmanagement;
b. het fondsplan doelmatiger is ingericht en meer bijdraagt aan de opbouw van succesvolle ondernemingen door technostartervennootschappen. Dit blijkt uit: 1°. de kwaliteit van het plan en de mate van zekerheid dat het plan ook daadwerkelijk zal worden uitgevoerd;
2°. de prijskwaliteitsverhouding en efficiency;
3°. het financieel-economisch rendement;
1°. de kwaliteit van het plan en de mate van zekerheid dat het plan ook daadwerkelijk zal worden uitgevoerd;
2°. de prijskwaliteitsverhouding en efficiency;
3°. het financieel-economisch rendement;
c. het fondsplan effectiever is in relatie tot de doelstelling van de regeling. Dit blijkt uit: 1°. de mate van maatschappelijk rendement;
2°. de mate waarin het fondsplan vernieuwend is.
1°. de mate van maatschappelijk rendement;
2°. de mate waarin het fondsplan vernieuwend is.
2. Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.