BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4.2.70d
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Onverminderd artikel 4.2.3, derde lid, verstrekt de subsidieontvanger voor een DEI+-project binnen thema 2.10 Vergassing van reststromen, opgenomen in bijlage 4.2.9, onderdeel B, bij de aanvraag voor de subsidievaststelling per kalenderjaar voor de periode vanaf ingebruikname van de productie-installatie tot de aanvraag voor de subsidievaststelling:
a. de hoeveelheid, aard, verhouding en energetische waarde van de in de productie-installatie verwerkte grondstoffen en het percentage van de energetische waarde dat afkomstig is van biogene grondstoffen;
b. een onderbouwing dat alle in de productie-installatie verwerkte grondstoffen kwalificeren als afval dat niet hoogwaardiger kan worden verwerkt, of als andere producten, materialen of stoffen die niet hoogwaardiger kunnen worden verwerkt;
c. een onderbouwing dat de in de productie-installatie verwerkte biogene grondstoffen voldoen aan artikel 4.2.70e, derde lid, onderdeel b;
d. een onderbouwing dat ten minste 40% van de energetische waarde van de in de productie-installatie verwerkte grondstoffen afkomstig is uit biogene grondstoffen;
e. een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring met betrekking tot de gegevens, bedoeld in de onderdelen a, c en d, en conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering van biogene grondstoffen afgegeven door een conformiteitsbeoordelingsinstantie die is erkend op grond van artikel 63a, vierde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie of artikel 2 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen;
f. een onderbouwing van de toepassing van de productie-installatie waaruit blijkt in welke verhouding die is gebruikt voor de productie van hernieuwbare energiebronnen en voor een circulaire economie.
2. De subsidieontvanger voor een DEI+-project binnen thema 2.10 Vergassing van reststromen, opgenomen in bijlage 4.2.9, onderdeel B, verstrekt per kalenderjaar gedurende vijf jaar na de subsidievaststelling jaarlijks voor 1 mei aan de minister de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e.
3. De in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring wordt afgegeven op grond van een door de minister aangewezen verificatieprotocol dat op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is geplaatst.
4. De in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering van biogene grondstoffen worden afgegeven op grond van een certificatieschema waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van de Richtlijn hernieuwbare energie heeft besloten dat deze accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van de Richtlijn hernieuwbare energie of op grond van een nationaal systeem, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van de Richtlijn hernieuwbare energie heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden, afhankelijk van de van toepassing zijnde criteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Richtlijn hernieuwbare energie.
5. In afwijking van het vierde lid kunnen de conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering van biogene grondstoffen tevens worden afgegeven op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in het derde lid, indien het biogene grondstoffen als bedoeld in de nummers 170 tot en met 179, 300 tot en met 329 en 410 van NTA 8003:2017 betreft.
6. Artikel 14 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingenis van toepassing op het verificatieprotocol, bedoeld in het derde lid.
a. de hoeveelheid, aard, verhouding en energetische waarde van de in de productie-installatie verwerkte grondstoffen en het percentage van de energetische waarde dat afkomstig is van biogene grondstoffen;
b. een onderbouwing dat alle in de productie-installatie verwerkte grondstoffen kwalificeren als afval dat niet hoogwaardiger kan worden verwerkt, of als andere producten, materialen of stoffen die niet hoogwaardiger kunnen worden verwerkt;
c. een onderbouwing dat de in de productie-installatie verwerkte biogene grondstoffen voldoen aan artikel 4.2.70e, derde lid, onderdeel b;
d. een onderbouwing dat ten minste 40% van de energetische waarde van de in de productie-installatie verwerkte grondstoffen afkomstig is uit biogene grondstoffen;
e. een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring met betrekking tot de gegevens, bedoeld in de onderdelen a, c en d, en conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering van biogene grondstoffen afgegeven door een conformiteitsbeoordelingsinstantie die is erkend op grond van artikel 63a, vierde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie of artikel 2 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen;
f. een onderbouwing van de toepassing van de productie-installatie waaruit blijkt in welke verhouding die is gebruikt voor de productie van hernieuwbare energiebronnen en voor een circulaire economie.
2. De subsidieontvanger voor een DEI+-project binnen thema 2.10 Vergassing van reststromen, opgenomen in bijlage 4.2.9, onderdeel B, verstrekt per kalenderjaar gedurende vijf jaar na de subsidievaststelling jaarlijks voor 1 mei aan de minister de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e.
3. De in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring wordt afgegeven op grond van een door de minister aangewezen verificatieprotocol dat op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is geplaatst.
4. De in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering van biogene grondstoffen worden afgegeven op grond van een certificatieschema waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van de Richtlijn hernieuwbare energie heeft besloten dat deze accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van de Richtlijn hernieuwbare energie of op grond van een nationaal systeem, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van de Richtlijn hernieuwbare energie heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden, afhankelijk van de van toepassing zijnde criteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Richtlijn hernieuwbare energie.
5. In afwijking van het vierde lid kunnen de conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering van biogene grondstoffen tevens worden afgegeven op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in het derde lid, indien het biogene grondstoffen als bedoeld in de nummers 170 tot en met 179, 300 tot en met 329 en 410 van NTA 8003:2017 betreft.
6. Artikel 14 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingenis van toepassing op het verificatieprotocol, bedoeld in het derde lid.