BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 2.19.6
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De subsidieontvanger, voor zover deze valt onder het bepaalde in artikel 2.19.3, eerste lid, houdt zich aan het bepaalde in paragraaf 1 van Hoofdstuk 3 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.
2. De subsidieontvanger, voor zover deze valt onder het bepaalde in artikel 2.19.3, tweede lid:
a. houdt zich aan artikel 8 van de Meststoffenwet,
b. houdt zich aan artikel 4.1199 van het Besluit activiteiten leefomgeving, en
c. draagt er voor zorg dat in het kalenderjaar waarvoor de subsidie is aangevraagd ten minste 80% van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland bestaat.
3. De subsidieontvanger meldt een wijziging in de omvang van het bij het bedrijf behorende graslandareaal uiterlijk 30 dagen na het moment waarop deze wijziging zich heeft voorgedaan met gebruikmaking van een middel dat hiervoor door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. De subsidieontvanger, voor zover deze valt onder het bepaalde in artikel 2.19.3, tweede lid:
a. houdt zich aan artikel 8 van de Meststoffenwet,
b. houdt zich aan artikel 4.1199 van het Besluit activiteiten leefomgeving, en
c. draagt er voor zorg dat in het kalenderjaar waarvoor de subsidie is aangevraagd ten minste 80% van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond uit grasland bestaat.
3. De subsidieontvanger meldt een wijziging in de omvang van het bij het bedrijf behorende graslandareaal uiterlijk 30 dagen na het moment waarop deze wijziging zich heeft voorgedaan met gebruikmaking van een middel dat hiervoor door de minister beschikbaar wordt gesteld.