BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.9.7
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 150.000;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger het ontwikkelingsproject en de daarop volgende fase van commercialisatie kan financieren;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger een ontwikkelingsproject zowel in technische als in economische zin tot een succes zal kunnen maken;
d. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger de subsidie terug kan betalen binnen de in artikel 3.9.8, vijfde lid, genoemde periode;
e. van het ontwikkelingsproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.
2. De afwijzingsgrond, genoemd in artikel 23, onderdeel a, van het besluitis niet van toepassing.
a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 150.000;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger het ontwikkelingsproject en de daarop volgende fase van commercialisatie kan financieren;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger een ontwikkelingsproject zowel in technische als in economische zin tot een succes zal kunnen maken;
d. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger de subsidie terug kan betalen binnen de in artikel 3.9.8, vijfde lid, genoemde periode;
e. van het ontwikkelingsproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.
2. De afwijzingsgrond, genoemd in artikel 23, onderdeel a, van het besluitis niet van toepassing.